Activiteit verslagen Zuid-Holland

Bezoek Main Support Base Woensdrecht

De MSB Woensdrecht biedt onderdak aan het Logistiek Centrum Woensdrecht en de Koninklijke Militaire School (KMS)/Elementaire Militaire Vliegopleiding (EMVO). Aan beide onderdelen heeft de Regio Zuid-Holland op 10 mei een bezoek gebracht. Na een allerhartelijkst ontvangst gaf kolonel Roelof Foppen een beknopt overzicht van de indeling en de werkzaamheden van de afdeling Onderhoud & Logitiek (O&L) van het LCW. De afdeling verzorgt een breed spectrum van technische activiteiten, ook voor de Landmacht en Marine. Vanaf 2013 is specialistische kennis op het gebied van het hoger onderhoud  meer aanwezig bij het LCW dan bij de eenheden. Verder worden de banden met de industrie verstevigd, nu i.v.m. de Apache motoren, in de toekomst i.v.m. de motor van de F35. Ook is er nu al een speciaal Boeingdock in de technihal. Voor de rotorbladen van de Apache werkt het LCW samen met de Nederlandse firma Airborne. Vermeldenswaard is verder nog de afdeling vliegtuigbergingen, die o.m. een speciale band heeft met de Commissie Veiligheid & Onderzoek. Na deze inleiding stond de bezichtiging van “onze” Apaches van het 301 squadron op het programma. Een viertal van deze helikopters stond flink gestript in de vliegtuighal en onder begeleiding van Ad de Schipper konden we op de diverse werkplekken de monteurs de nodige vragen stellen. De Apaches hadden veel fijnstof aan boord, wat leidde tot veel handmatig schoonmaakwerk o.a. met een kwast en grondig afspoelen. Na de Apaches konden we nog een aantal F16’s bekijken, waaronder de J882 van het in Arizona gestationeerde opleidingssquadron. Na het LCW ging de rondleiding verder naar het 131 squadron van het EMVO. Onder enthousiaste begeleiding van kapitein “Cookie” Monster en Joep de Vries kregen we een overzicht van de inhoud van de vliegopleiding en werden we wegwijs gemaakt in de cockpit en de vliegeigenschappen van de Pilatus PC-7. Aansluitend vormde de lunch een mooie afsluiting van een geslaagd bezoek aan beide prachtige onderdelen van de Klu.

 

 

 

Berging Vickers Wellington
Op maandag 1 mei verzorgde majoor Bart Aalberts een briefing over vliegtuigbergingen, in het bijzonder de berging van een Vickers Wellington uit het IJsselmeer bij Lemmer. Alvorens de speciale berging te bespreken gaf de majoor een kort overzicht van de werkzaamheden van de afdeling vliegtuigberging op Woensdrecht. De afdeling is voornamelijk bezig met recente crashes, zoals de F-16 crash bij Volkel in 2014 en de AH64D              Apache bij Aalburg in 2016, maar er wordt toch nog vrij veel tijd besteed aan bergingen van (delen van) vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Er zijn in de loop der tijd ongeveer 6000 vliegtuigcrashes uit die periode geregistreerd, waarvan ongeveer 85% is geborgen. Regelmatig worden er nog wrakstukken gelocaliseerd, zoals in april 2014.  Na presentatie door de gemeente Lemmer van de plannen voor zandwinning t.b.v. een recreatieproject worden er bij het ecologisch onderzoek vliegtuigonderdelen gevonden, waarna de gemeente een verzoek aan Defensie richt voor nader onderzoek. In september vindt de duik- en demontageploeg van de Koninklijke Marine een 500 lb bom. Een tweede verkenning in november levert een tweede 500 lb bom op. Eerste aanwijzingen omtrent de identiteit van het gecrashte vliegtuig vormen de vliegtuigonderdelen met constructienummer beginnend met 285, behorend bij het type Vickers Wellington. Na bestudering van verliesregisters en vluchtgegevens van operaties met Wellingtons lijkt het zeer waarschijnlijk dat de wrakstukken afkomstig zijn van de Vickers Wellington Mk 1c R 1322 van het 305 Polish squadron van de RAF. Het toestel is op 8 mei 1941 vertrokken uit Engeland voor een bombardementsvlucht naar Bremen. Op 9 mei om 00.48uur wordt de Wellington door een  Messerschmitt 110 – gevlogen door Oberfeldwebel Hans Rasper – neergeschoten nabij Lemmer. De lichamen van drie van de zes bemanningsleden worden destijds geborgen, de drie overige bemanningsleden worden als vermist vermeld. Na een gedegen vooronderzoek wordt door Defensie een positief bergingsadvies afgegeven, waarna de gemeente in overleg met Royal Smals de firma Leemans inschakelt voor het droogleggen van de vindplaats van de wrakstukken. Een gebied van 24 x 36 meter wordt in juni 2016 van een damwand voorzien, waarna het droogpompen begint. De berging van de wrakstukken start op 22 augustus met het afgraven van de grond rond de twee gevonden bommen. E.e.a. is niet zonder risico, want 1 bom is al opengebarsten, maar dit loopt toch goed af. Op 6 september is er definitief zekerheid omtrent de identiteit van het vliegtuig, als er een paneel met de code 1322 gevonden wordt. Op 7 september wordt een horloge met Poolse inscriptie gevonden. Op 9 september zijn beide bommen uit de bergingsput en op 15 september zijn de bergingswerken afgerond. Een Avro Lancaster van de BBMF vliegt op 19 september als eerbetoon aan de bemanningsleden over de bergingslocatie.

Resultaten van de berging.
1.Groot deel van het vliegtuig plus bommenlast is geborgen.
2.Toestel is geïdentificeerd.
3. Resten van twee bemanningsleden is geborgen en geïdentificeerd.
4. Succesvolle berging, niet eerder op deze schaal in Nederland.
5. Waardevolle delen van de Wellington gaan naar musea in Nederland, Polen en de UK.

 

Exclusief bezoek Regio Zuid-Holland aan Gunnery 301 squadron op Nato-oefenterrein Bergen Hohne

Op 16 maart was een afvaardiging van de regio Zuid-Holland te gast bij de Gunnery oefening Strike 2017 op het Nato-oefenterrein Bergen Hohne in Duitsland.  Het exclusieve bezoek vloeide voort uit  het unieke samenwerkingsverband dat de regio op 25 mei 2016 met het 301 squadron is aangegaan (zie uitgave 4/2016 van  Onze Luchtmacht)  en valt daardoor buiten het programma dat de KLu de regio’s aanbiedt.  Het squadron had met de hem kenmerkende slagvaardigheid een perfect georganiseerd programma geregeld. In de ochtend kregen we in ons hotel een briefing van de commandant , luitenant-kolonel Hein Faber, over de rol van het squadron binnen het CLSK. Tevens werden  de diverse systemen die de AH64 Apache tijdens de oefening inzet besproken. Vervolgens gingen we op weg naar het oefenterrein, waar we verwelkomd werden door de commandant van de oefening,  luitenant-kolonel-vlieger  Huub Groothuis van Helicopteroperaties . Aansluitend konden we van nabij de diverse handelingen op het Forward Arming & Refueling Point (FARP) bekijken zoals het betanken en bewapenen van de helikopters. Op schietbaan 20 van het zeer uitgebreide oefencomplex konden we vanaf de controletoren de schietoefeningen prima volgen.  Door het prachtige weer  waren er geen beperkingen voor het vliegen en kon het squadron optimaal  gebruik maken van de schietbaan , wat ideaal was voor de fotografen onder ons.  Rond half twee ’s middags gingen we voldaan op weg naar huis waarbij we bij het verlaten van  het oefenterrein bij wijze van afscheid nog net een  Apache zagen die bezig was met een running low level raketaanval. Een uitgebreid verslag is in Onze Luchtmacht 1/2017 te vinden. Speciale gast bij deze oefening was onze hoofdredacteur Willem Helfferich.

 OPCEN CLSK
Op maandag 13 februari verzorgde majoor Peter Blom  een briefing over het operatiecentrum (OPCEN) van de Luchtmacht. Vanuit het OPCEN in Breda, gelegen naast het hoofdkwartier CLSK,   worden 24 uur per dag alle luchtmachtactiviteiten in binnen- en buitenland gecoördineerd, zoals de Minusmamissie in Mali. Het centrum fungeert als alarmcentrale maar regelt ook transporten van onderdelen, brandstof en de terugkeer van gewonden. Het staat daarbij in contact met vele diensten en geledingen, zowel binnen als buiten het CLSK. Sinds kort heeft OPCEN er een nieuwe afdeling bij, genaamd OPCEN+.  Deze afdeling moet leiden tot een integrale planning van Operaties en Training (O&T) en heeft een regiefunctie t.a.v. de afstemming van de inzet en het verkrijgen van inzicht van de schaarse capaciteiten.  Naast de militaire inzet in binnen- en  buitenland (Baltische staten, strijd tegen IS) ondersteunt OPCEN ook de civiele autoriteiten op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding, rechtshandhaving en humanitaire hulp en levert daarnaast ook nog een bijdrage aan operaties binnen de 25 veiligheidsregio’s.

MALE UAV MQ-9 Reaper
Lt.kol. Jan, commandant van het 306 squadron i/o, was op 16 januari de eerste gastspreker van het seizoen 2017 van de regio Zuid-Holland. Oorspronkelijk zou de MQ-9 Reaper dit jaar  operationeel zijn, maar zoals bekend heeft de politiek de aanschaf een aantal jaren opgeschoven en operationele inzet wordt niet eerder dan 2020 verwacht . De KLu wil in totaal 4 MQ-9 toestellen inclusief ondersteunend systeem (grondcomponent) kopen. Er zijn een drietal redenen die spreken voor de aanschaf: 1) de MQ-9 levert beelden ter ondersteuning van operationele beslissingen, 2) collateral damage kan geëvalueerd worden en 3)  draagt bij aan situational awareness. De MQ-9 package bestaat uit het onbemande vliegtuig, uitgerust met een elektro-optische en infarroodsensor (EO/IR), een grond- en opervlakteradar en een laser voor aanwijzing van objecten. Verder is er een Synthetic Aperture Radar (SAR, een all weather radra sensor) en een Ground Moving Target Indicator (GMTI) aan boord. Al deze sensoren sturen via de grondcomponent data door t.b.v. missieplanning, vluchtvoorbereiding, besturing van vliegtuig en sensoren, beeldinterpretatie, communicatie, onderhoud en simulatie. Het vliegtuig wordt vanaf een grondstation met ondersteuning van beeldschermen bestuurd. Het MQ-9 systeem voldoet aan het door de KLu gestelde eisenpakket en biedt een volledige turn-key oplossing van sensor naar commandant. De Reapers zullen de taken van de F-16 TACRECCE overnemen. Invoering van de MQ-9 Reaper geeft ook stof tot nadenken, zoals raakvlakken met Remote warfare, werken in een hi-tech omgeving, uitvoering van operaties vanuit Leeuwarden, 24/7 inzet versus ma-vr 08.00-16.00 uur. Stuk voor stuk zaken die de volle aandacht hebben bij de KLu. 

Uitzenden: onze core business
Met deze titel startte op 28 november een unieke duopresentatie met als sprekers IGK lt.gen. Bart Hoitink en lt. kol. Jorrit de Gruijter. De generaal nam ons mee naar het begin van het helikoptertijdperk bij Defensie en beschreef hoe de ontwikkeling verliep van de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) tot het huidige Defensie Helikopter Commando (DHC). In de beginjaren (Hiller OH-23 Raven en Alouette II + III )  werd de helikopter hoofdzakelijk gebruikt voor luchtwaarnemingen ten behoeve van de artillerie, later kwamen ook  transporthelikopters (Cougar en Chinook) voor troepenverplaatsing ter beschikking en uiteindelijk deed ook de gevechtshelikopter (Apache) ter ondersteuning van de grondtroepen zijn intrede. Ervaringen opgedaan tijdens uitzendingen naar ondermeer Joegoslavië en Afghanistan hebben geleid tot het huidige uitzendingsmodel. Bij dit laatste onderwerp  aangekomen nam overste De Gruijter, medio oktober met Helidet 10 teruggekomen vanuit Mali, de presentatie over. Hij schetste in het kort de ontwikkeling van de uitzendingen vanaf de tijd van de koude oorlog tot heden, waar het composite squadron het meest efficiënte uitzendmodel blijkt. Een fotopresentatie liet zien hoe dit er in de dagelijkse praktijk bij een uitzending uit ziet. Naast het belichten van de operaties in Mali was er ook aandacht voor het feit dat de manschappen daar het overgrote deel van de uitzending op de basis verblijven. Ter compensatie worden er in groepsverband vele bezigheden georganiseerd, zoals sportdagen en directe beeldverbindingen met het thuisfront. In het voorjaar komt een eind aan de huidige opzet van de Malimissie. De laatste helikopters komen dan terug naar Nederland om de geoefendheid van de vliegers weer op peil te brengen en het materieel het noodzakelijke onderhoud te geven.

CLSK in een dynamische wereld, innovatie als risico.

Oud C-LSK lt. gen. b.d. Sander Schnitger hield op 24 oktober een briefing die voortborduurde op de briefing van kolonel Boekholt in september.

Een aantal voorbeelden maakte duidelijk dat  innovatie noodzakelijk is als je als organisatie wilt overleven:

  • Business competencies hebben een steeds kortere levensduur, steeds vaker zijn nieuwe competencies nodig
  • 89% van de bedrijven die in 1955 in de Fortune 500 lijst stonden, zijn daar nu niet meer te vinden.
  • De gemiddelde levensduur van een op de S&P 500 aandelenindex (USA) genoteerd bedrijf is gedaald van 67 jaar inde jaren 20 van de vorige eeuw tot 15 jaar nu.
  • In de komende 10 jaar zal 40% van de S&P 500 bedrijven niet meer op die lijst voorkomen.

Innoverende organisaties bereiken in steeds kortere tijden een miljardenomzet (Oculus Rift, Uber, Whatsapp).  Zij worden aangeduid als Exponentiële Organisaties.  Kenmerk daarbij is dat de groei van bedrijven aanvankelijk achterblijft  bij de gangbare, lineaire groei. Na verloop van tijd neemt door elkaar versterkende factoren de groei exponentieel toe.  Om zulke prestaties te bereiken zullen organisaties in toenemende mate op technologie en software georiënteerd zijn.

Vooral de verregaande digitalisering in de nabije toekomst schept ongekende mogelijkheden o.a. op biomedisch en farmaceutisch gebied. Ook kunstmatige intelligentie zal een grote vlucht nemen.

De snelheid en onvoorspelbaarheid van veranderingen is voor traditionele organisaties nauwelijks bij te houden.  Om bij te blijven zal het CLSK  sneller moeten transformeren en naast  mens en technologie een derde pijler moeten inrichten: innovatie voor het worden van een exponentiële organisatie.

Om dit succesvol door te voeren is een heldere invulling van de MTP (Massive Transformative Proces), de waarom vraag (een hoger doel om iets radicaal te veranderen, de wereld te verbeteren), noodzakelijk. Het CLSK heeft de noodzakelijke eerste stappen gezet, de toekomst zal  uitwijzen of de juiste keuzes gemaakt zijn.

Innovate or fade away

 

Onder deze titel opende kolonel Elanor Boekholt-O’Sullivan haar briefing voor de regio Zuid-Holland op 28 september jl.

Zij was tot 8 juni hoofd van het innovatiecentrum AIR (Ambition, Innovation, Results). In haar nieuwe functie als commandant van de vliegbasis Eindhoven zal zij haar opgedane ervaringen bij AIR inbrengen bij de logistieke vlieghaven van Defensie.

Daarmee is meteen de link gelegd met de briefing, de relevantie van vernieuwing.

De noodzaak tot innovatie, een tweetal voorbeelden

-In haar nieuwe werkkring trof de kolonel een herkenbare situatie aan waarbij voortgeborduurd wordt op herkenbare patronen, gebaseerd op traditioneel leiderschap. In zo’n situatie is weinig ruimte voor eigen beslissingen, wat de weg naar vernieuwing in de weg staat.

– De KLu is tot aanschaf van de JSF overgegaan om de slagkracht van de Luchtmacht up to date te maken. Aanschaf van de vliegtuigen alleen is echter niet voldoende. De mogelijkheden van de JSF stijgen ver uit boven die van de F-16. Om de capaciteiten van de JSF volledig te kunnen benutten moet de gehele KLu-organisatie aangepast worden aan de mogelijkheden die het nieuwe toestel biedt.

Innovatie, maar hoe ?

Om een indruk te geven welke dilemma’s bij het doorvoeren van innovatie optreden is het boek De Zwarte Zwaan, (subtitel: De impact van het hoogst onwaarschijnlijke) van Nassim Taleb een goede gids. De Zwarte Zwaan staat daarin voor onvoorspelbare gebeurtenissen (outliers) die een enorme impact hebben en achteraf aannemelijk en voorspelbaar worden gemaakt.

Taleb betoogt dat Zwarte Zwanen in toenemende mate de geschiedenis bepalen door de toenemende complexiteit van de samenleving. Desondanks wordt de factor toeval veelal ontkend en worden voorspellingen gedaan aan de hand van bestaande patronen.

Dat de mens niet in staat is om deze Zwarte Zwanen te herkennen, wijt Taleb aan drie zaken:

  • het idee dat de wereld eenvoudiger in elkaar zit dan werkelijk het geval is;
  • de vertekening van het terugzien na het aanbrengen van ordening;
  • de nadruk op feitelijke informatie, vooral als deze gecategoriseerd worden.

Taleb stelt dan ook voor niet te proberen om Zwarte Zwanen te voorspellen, maar een bepaalde mate van robuustheid in te bouwen om de negatieve vormen te ondervangen en de positieve te benutten.

Een aantal voorbeelden van onvoorspelbare gebeurtenissen in de toekomst:

  • Vluchtelingenstromen, dichter bij Nederland of zelfs vluchtelingenboten aan de kust ? Hoe los je dat op en door wie ?
  • Technologische ontwikkelingen, zoals biomagnetic drones (soort electronische mug), hoe zet je die in ? Alleen medisch of ook als militair object ?
  • Megacities gaan zich vormen, mensen trekken weg van het platteland, vervagen van grenzen ?
  • Software revolutie, 3d brillen, virtual reality, waar gaat de ontwikkeling naar toe ?

De enige constante hierbij is verandering. Elke dag een beetje veranderen lijkt de meest eenvoudige  weg. De huidige generatie kan daarin makkelijker keuzes maken dan zijn voorgangers, maar is de huidige samenleving daar ook op ingesteld?  De Degenkrab bijvoorbeeld is in miljoenen jaren niet veranderd, de mens ook ?

De weg van vernieuwing loopt van evolutie via revolutie naar innovatie.

Binnen innovatie zijn een aantal lijnen te herkennen:

  • Technisch
  • Sociaal
  • Cultureel

Deze lijnen kunnen plaatsvinden op verschillende levels:

  • Radicale innovatie
  • Incrementele innovatie
  • Voortdurende verandering

Bij  de toekomstige militaire conflicten zal de nadruk meer komen te liggen bij non-kinetische beïnvloeding . Een voorbeeld hiervan is de verspreiding van angst door IS.

Ook Big Data komt nadrukkelijker in beeld. Om hier goed mee om te gaan is niet alles willen weten een goed uitgangspunt.  Selectief data raadplegen of opzoeken is effectiever.

Conclusie

Defensie is nog niet zo lang geleden de weg van vernieuwing ingeslagen. Zoals aangegeven komen daarbij vele variabelen aan bod. Een juiste keuze maken is daarbij niet eenvoudig, zeker als je bedenkt dat een bedrijf als Intel 20 % van zijn budget aan innovatie besteedt, defensie slechts 1 %.

Er is dus nog een lange weg te gaan, maar het begin is gemaakt.

 

 

Briefing F-35

Ter gelegenheid van haar 55 jarig bestaan hield de regio Zuid-Holland een extra  jubileum regioavond op dinsdag 7 juni. Op deze avond hadden we het voorrecht een presentatie bij te kunnen wonen van majoor vlieger Pascal Smaal over de F-35. Majoor Smaal was één van de 2 vliegers die de twee Nederlandse JSF toestellen naar Leeuwarden hebben overgevlogen voor diverse testen. Hij neemt ook deel aan de testvluchten op Edwards Air Force base in de Verenigde Staten. Over deze tests en de stand van zaken rond de F-35 werden we uitvoerig voorgelicht, waarbij ook een spervuur van vragen uit het gehoor voor zover mogelijk werd beantwoord. Pascal is zeer enthousiast over het toestel en is er van overtuigd dat de F-35 het toestel is dat de KLu nodig heeft, het beste toestel voor de beste prijs. Bovendien profiteert de Nederlandse industrie van de deelname aan de testfase en aan de bouw van het toestel. Er is al voor meer dan een miljard aan orders binnengehaald en dit kan tot twintig miljard of meer oplopen.

Bij de presentatie werden ook enkele mythes ontkracht. Zo werd enige tijd geleden door de F-35 bij een test een oefenluchtgevecht ‘verloren’ van een F-16. Vele politieke tegenstanders zagen hier een bewijs in dat de JSF een slecht toestel was. Waar echter geen rekening mee werd gehouden is het feit dat de F-35 nog lang niet is toegelaten tot zijn operationele limieten. Momenteel is het toestel bijvoorbeeld toegelaten tot een maximale belasting van 7G. Ten tijde van de bewuste test was dit nog minder. Uiteindelijk zal de maximale belasting evenals bij de F-16 9G bedragen, waarbij de F-35 een aanzienlijk krachtiger motor heeft. Hierdoor zal de F-35 onder operationele omstandigheden dus beter manoeuvreerbaar zijn dan de F-16. Daarbij kan de F-35 ook nog eens meer brandstof meenemen. Pascal lichtte ook het gebruik van de sensoren van het vliegtuig toe. De signalen van alle sensoren worden samengevoegd en geïntegreerd op het grote beeldscherm  getoond, vertaald in voor de vlieger noodzakelijke informatie. Dit beeld kan ook in aangepaste vorm op het helmvizier worden geprojecteerd, zodat de vlieger indien gewenst naar buiten kan blijven kijken. Door de infrarood camera’s rondom het vliegtuig kan de vlieger als hij bijvoorbeeld recht naar beneden kijkt ook -in zwart-wit- hierbij als het ware door het toestel heen kijken. Na een verblijf van drie weken in Nederland waarbij diverse zaken worden getest gaan de toestellen weer terug naar de VS voor verdere testvluchten. Naast de kennismakingsvluchten boven Nederland werd de deployment naar Europa (Nederland) getest (de eerste buiten de VS) en werd ook deel genomen aan de Luchtmachtdagen op 10 en 11 juni.

Foto’s: Frank Crebas

Regio Zuid-Holland smeedt band met 301 Squadron

Op 25 mei vierde de regio Zuid-Holland op de Vliegbasis Gilze-Rijen haar 55-jarige jubileum. Tijdens een korte plechtigheid in een van de hangaars van het 301 Squadron ondertekenden squadroncommandant luitenant-kolonel-vlieger Jorrit de Gruijter, regiovoorzitter Rolf de Winter en initiatiefneemster Marianne Vring een oorkonde die het officiële begin markeert van het project.‘KNVOL 3.01’, een samenwerkingsverband tussen de regio Zuid-Holland en de ‘Redskins’ van het 301 Apachesquadron.

Het initiatief komt voort uit de wens van de regio nauwere banden aan te gaan met een operationele eenheid om zo meer inzicht te krijgen in het functioneren en de taken van dit squadron. Wederzijdse betrokkenheid is de pijler waarop het project is gebaseerd. De jubilerende regio Zuid-Holland kreeg een warm onthaal bij het 301 Squadron. Squadroncommandant De Gruijter beschouwt het nieuwe samenwerkingsverband als een ‘win-win’-project: ‘De KNVOL-leden zijn ambassadeurs van de luchtmacht; door de nauwe band kunnen zij nog beter uitdragen wat het nut en de noodzaak is van ons werk.’ Nu het project in de steigers is gezet, zal de band tussen de regio en het squadron de komende periode onder meer via briefings, blogs, presentaties en wederzijdse bezoeken verder worden uitgebouwd. De samenwerking tussen de regio ZH en het 301 Squadron is pas het begin. De andere regio’s van de KNVOL kijken met veel interesse hiernaar. Op basis van de ervaringen die deze samenwerking oplevert, volgen mogelijk meer squadrons.