Activiteit verslagen regio Limburg

11 mei 2017 Vlb. Geilenkirchen

Als kind geboren in Geleen weet ik het nog goed. ’s Avonds in bed – ik had de gordijnen weg geschoven – keek ik in het nachtelijk duister naar de flikkerende lampjes van steeds twee Gloster Javelins die samen langzaam en laag van west naar oost vlogen. Als het geluid in het oosten traag weg stierf kwam vanuit het westen een nieuw koppel nachtjagers zijn opwachting maken. Door de dag zag ik vaker, niet bewust van hun mogelijk vernietigende lading, ook grote witte bommenwerpers – Avro Vulcan’s en H.P.Victors – traag over onze woonwijk vliegen.

Door nieuwsgierigheid gedreven fietste ik als basisschoolleerling op vrije dagen, geholpen door het vliegverkeer, richting oosten om daar bij Schinveld op de Neutrale Strasse te stuiten. Hier stond je dan respectvol aan de nog intensief bewaakte landsgrens. Even verder markeerde een afrastering mijn einddoel, de kop van de startbaan van de drukke Engelse Vliegbasis Geilenkirchen. Ik zag in een regelmatige cadans twee grote vliegtuigstabilo’s met daarop een fors hoogteroer voorbijkomen. Ze draaide de nog voor mij denkbeeldige startbaan op waarna even later de zware tweepersoons jagers met donderend geweld en dito rookpluimen vertrokken en in de verte van de baan loskwamen. De landingslichten liepen ver door op Nederlands gebied en nabij een van de palen stond een dikke lage bijna taklozen boom met tal van ingeslagen klimspijkers. Door het vele gebruik zaten deze plat tegen de boom gedrukt. Het kostte me dan ook veel moeite, maar eenmaal op deze boom had je een geweldig uitzicht op startbaan en vliegverkeer.

De Javelins raakten verouderd en in heel Limburg reden vanaf ’67 opeens Franse auto’s waarvan de nummerborden met AFC begonnen. AFCENT had zich in Brunssum gevestigd en de Javelins werden door luchtverdedigingsraketten vervanging. Dit ter verdediging van AFCENT – nu AFNORTH – en uiteraard, dat wisten uitsluitend de ingewijden, ter verdediging van het Joint Operations Centre in de Cannerberg. In ‘82 maakten de raketten tenslotte plaats voor achttien Boeing E-3A Sentry’s.

Tijden veranderen, hoewel het vliegverkeer nu een fractie is van weleer en zeker niet meer ’s nachts wordt gevlogen – men beschikt over 16 toestellen die aangevuld met twee tankers voor gemiddeld tien dagelijkse vluchtbewegingen zorgen – zijn de protesten vanuit een kleine groep soms oorverdovend. Tijd om met een groep leden naar Geilenkirchen te trekken waar we door Kapitein Stephan (Nicky) Neckerman werden opgevangen die ons snel aan Kapitein Bongers overdroeg. Hij ging ons begeleiden en verder bijpraten.

In de briefing horen wij dat de RAF als eerste met de inzet van vliegende radartoestellen was begonnen. Avro Shackletons vlogen het gat op de Noordzee en Noordelijke Atlantische Oceaan dicht waarna de V.S. het voorbeeld middels de inzet van Boeing PB-1W, Lockheed WV-2 E en Lockheed EC-121D volgden. Inmiddels was de radarkolom met geleidewapens van Noorwegen tot in Turkije gerealiseerd maar bleef de kwetsbaarheid aanwezig. Door de kromming van de aarde was het mogelijk, laag en hard vliegend, onontdekt te naderen waarbij er geen reactietijd resteerde. In het NATO Airborne Early Warning & Control programma (NAEW&C) in ’78 werd het besluit genomen om middels een Airborne Warning And Control System (AWACS) deze dreiging te weerstaan.

Gekozen werd voor 18 Boeing E3A Sentry’s die op de centraal binnen het operatiegebied gelegen Vlb. Geilenkirchen werden gebaseerd. Tevens werden drie oude Boeing 707’s verworven die als vrachtmachine en voor training dienst gingen doen. (Inmiddels is een Sentry in Griekenland verloren gegaan, is een toestel t.g.v. bezuinigingen voor opslag vertrokken en zijn de drie 707’s vervangen door een gehuurde 757)De samenwerking begon met 12 landen, Canada is afgevallen en voormalige Oostbloklanden zijn toegetreden waardoor de organisatie nu uit 16 landen bestaat. Men beschikt naast de 16 E3A’s over twee missie simulatoren en twee vliegsimulatoren. Samen met Groot-Brittannië (6 E3D’s) en Frankrijk (4 E3F’s) dekt men via aanvullende vliegbasis in Orland (N), Waddington (GB), Avord (F), Trapani (IT), Aktion (GR) en Konya (TR) het gehele operatiegebied af.

De taken van het squadron bestaan uit:

  • Airborne Early Warning and Control.
  • Command and Control.
  • Airspace control.
  • SAR support.
  • Fighter control. (Main business; 50 tot 60 toestellen gelijktijdig aansturen)
  • Missile defence.
  • Maritime Operations Support. (Ook met carriers)

De zestien bemanningsleden zijn 5 tot 20 uur op missie waarbij de gemiddelde inzetduur 10 tot 11 uur bedraagt. Er zijn direct toestellen en bemanningen inzetbaar om bij spanning ingezet te worden. De functies zijn als volgt verdeeld:

Op de flightdeck zien we twee piloten, een navigator (deze verdwijnt nu met de invoering van de glascockpit) en een flight-engineer.

In de verder volledig gesloten cabine vinden we de missioncrew bestaande uit:

  • 1 Tactical director. (Deze bepaalt de gehele inzet)
  • 1 Fighter Allicator.
  • 2 Weapons Controllers. (Aangestuurd door de Fighter Allicator)
  • 1 Surveillance Controller.
  • 3 Surveillance Operators. (Aangestuurd door de Surveillance Controller)
  • 1 Passive Controller.
  • 1 Communications Technician.
  • 1 System Technician.
  • 1 Radar Technician.

Men is, zoals reeds aangegeven, bezig met een moderniseringsfase van de cockpit. Eén toestel is in Seattle van een glascockpit voorzien waarna in Manching, waar ook het groot onderhoud plaatsvindt, een tweede toestel is omgebouwd. Tot 2018 moeten alle 14 resterende toestellen van een moderne cockpit zijn voorzien.

De Duitse regio is bijzonder blij met deze vliegbasis als grootste regionale werkgever. Jaarlijks is de omzet €419 miljoen waarvan €216 miljoen binnen een straal van 200km wordt uitgegeven. Aan salarissen worden jaarlijks €150 miljoen uitgegeven waarvan €81 miljoen aan bewoners in de directe omgeving. Daarnaast zijn 1700 indirecte banen in de Euregio deels afhankelijk van de vliegbasis.

In groepjes gingen we met Flight Engineer Willem van Dorp en Sensor Operator Marco Hansen een toestel nader bekijken.

De Sentry’s verkeren in uitstekende staat en na elke grote revisie in Manching is een toestel als nieuw. Men wil er zeker tot 2035 mee blijven vliegen.

Twee generatoren per straalmotor zorgen voor het gigantische vermogen van 6-8 GWatt. In de voorste belly, die via een trapje vanuit het toestel bereikbaar is, zit naast een stevige brandstofleiding een overvloed aan elektronica en koelaggregaten.

In de achterste belly zit de voeding voor de radars inclusief de onder hogedruk staande vloeistofkoeling. Tevens zit achterin de apu. Over de gehele lengte loopt een smal pad met aan het plafond de verlichting.

De radarschotel met diverse radars zorgt voor een forse straling waardoor deze alleen op operationele hoogte en dan ook alleen buiten de tankfase wordt geactiveerd. De schotel kent twee snelheden en blijft ook draaien als de radars uit staan. De dragers van de schotel zorgen wel voor een verhoogde zijwindgevoeligheid. Naast de radars beschikt het toestel over een groot aantal sensoren voor het ontvangen van – hoofdzakelijk – lage geluidsfrequenties. Elk voertuig of schip maakt unieke geluiden. De rekeneenheid van de database zorgt voor filtering van alle ontvangen signalen en haalt er die uit die voor de inzet van het toestel van belang zijn. Het starten van de motor van een tractor is van een ander belang dan het starten van de motor van een raketlanceerinstallatie. Er wordt dan ook veel gevlogen om nieuwe geluidsfrequenties op te vangen en deze te linken aan een soort bedreiging. Het bereik van de passieve en actieve sensoren is enorm. Vliegend boven Geilenkirchen kan men tot achter de Pyreneeën kijken. Drie toestellen zijn voldoende om het gehele gebied van de zestien partnerlanden af te dekken.

We bezochten het flightdeck en liepen langs de consoles. Alle consoles zijn in principe hetzelfde. De operator maakt in samenspraak met de Fighter Allicator/ Surveillance Controller zijn keuzes en bepaald wat hij gaat bekijken of beluisteren.

Ook werd de plaats van de diverse missionleden uitgelegd. Achter in het toestel zijn naast gangbare vliegtuigstoelen om even te relaxen aan beide zijden, driehoog, stretchers tegen de vliegtuigwand gemonteerd en is er naast het toilet een ruime pantry voor de zestien bemanningsleden.


Na briefing en bezoek aan een Boeing Sentry wordt met de bus naar de opstelplaats van de tankervloot gereden. Het squadron beschikt niet over eigen tankers maar daarvoor is een mooie oplossing gevonden. Iedere twee – drie weken vliegen twee toestellen van de Air National Guard (ANG) naar de vliegbasis om daar tankondersteuning te bieden. Spotters rond Geilenkirchen zien dan ook steeds weer andere toestellen van steeds weer een andere staat het stokje overnemen.

We hadden geluk, we troffen niet twee maar nu drie toestellen aan!

Twee Boeing KC135R’s van de 168th Air Refuelling Wing (ARW) van de Eielson AFB in Alaska. Het derde toestel betrof een KC135R van het 151 ARW uit Salt Lake City in Utah.

22 Mei moeten ze door KC135T’s uit Pennsylvania worden vervangen. Op 19 juni zal de ANG uit Kansas met zijn KC135R’s het stokje overnemen, enz., enz..

De toestellen zijn verder leeg en gebruiken uitsluitend hun regulaire tanks om in de brandstofbehoefte van zichzelf en in die van zijn ontvangers te voorzien.

De flight engineer is tevens de boomoperator. Hij ligt soms wel twee uur in een uitstulping in het staarteinde om de boom middels twee vleugeltjes te sturen. Hij kijkt door een klein tweedelig raampje en heeft een prachtig uitzicht op alles onder en achter het toestel.

Ontvangende toestellen richten zich op twee rijen rode en groene lampen gelegen even achter het neuswiel. De boomoperator doet dan de rest door de boom te laten zakken en de sonde uit te schuiven en middels de vleugeltjes te sturen. In de staart is het wel bijzonder koud waardoor men vaak besluit om het in de cockpit van de KC135 flink op te stoken en de warmte middels een flexibele pijp naar achter te leiden.

Rijdend over de vliegbasis valt op dat het er tiptop uitziet. Ook wordt er veel nieuwbouw neergezet. Ook de toestellen worden state off the art gehouden. Nieuwe motoren, een vraag vanuit Nederland, wordt niet overwogen omdat dit zeker 1 miljard euro zal gaan kosten. Tenslotte betreft het niet uitsluitend de motoren maar ook de pylons, de vleugelconstructie, de bedrading en de vliegtuiginstrumenten. Geen van de andere 15 partnerlanden ziet het nut hiervan in omdat de huidige motoren zeer betrouwbaar zijn en aan alle eisen voldoen en men over zeer veel reserveonderdelen beschikt. Anders dan in de tijd van de Javelins waar zeer intensief dag en nacht werd gevlogen maar waar de bevolking zich de verschrikking van de oorlog zich nog goed kon herinneren. Zitten we nu in een tijd waarin niemand – behalve de militairen die ooit uitgezonden zijn geweest – zich daar een voorstelling van kan maken.

We horen nu rond de Vliegbasis, buiten de nachtelijke uren, gemiddeld een tiental keren per dag de sound off freedom zeker nog tot 2035. Het is onze bescheiden regionale bijdrage aan een vrij en democratisch West-Europa.

 

Kapitein Stephan (Nicky) Neckerman, Kapitein Andre Bongers, BWK Willem v. Dorp en Sensor Operator Marco Hansen, bedankt voor jullie geweldige inzet!

 

Daniel Kleef,

Kevin Lahae,

Peter de Vree

en Piet Keyers

bedankt voor de mooie foto’s.

 

KNVOL regio Limburg.

Alouette als portwachter
Voorzitter en secretaris togen namens onze vereniging op deze zonnige dag naar Gilze Rijen. Op de luchtbasis waren naast vele ook oud squadroncommandanten en vliegeniers die ooit met de Aérospatiale SA3160 Alouette III hadden gevlogen ook wij als vertegenwoordiger van de regio Limburg uitgenodigd. Dit omdat we midden in het adoptietraject van het 300e squadron zitten. Een eenheid die vele jaren met dit toestel heeft gevlogen. De commandant van het Defensie Helikopter Commando Commandeur G.A.Polet nam het woord en schetste de loopbaan van het toestel. Een toestel waarvan de Nederlandse strijdkrachten er 77 in dienst hadden die – gedeeltelijk –  bij n.v.Lichtwerk in Hoogeveen zijn geassembleerd. Hij schetste de inzet in vaak moeilijke gebieden en de verrichtingen van het legendarische team de Grasshoppers. In deze hoedanigheid staat een toestel nu op een stalen sokkel aan de hoofdingang van de basis te wachten op zijn onthulling als prominente poortwachter van de luchtbasis. Samen met de burgemeester van Gilze Rijen vond uiteindelijk de onthulling door het gezamenlijk bedienen van een drukknop plaats. Honderden rode, witte en blauwe linten schoten met een grote klap in de lucht.

Na de onthulling sprak de commandeur nog over de prettige samenwerking met de gemeente. Een gemeente die zelf ook geijverd heeft voor de realisatie van deze poortwachter. Een poortwachter die symbool staat voor de functie van deze helikopterbasis. Ze onderstreept ook de intense samenwerking tussen defensie, gemeente, bedrijfsleven en Tilburgse universiteit die o.a. reeds geleid heeft tot een simulatorcentrum op het oude nabij de basis gelegen Ericssonterrein.

Bezoek aan SAMCO Maintenance.
Een nieuwe parel aan een halsketting van interessante en leerzame bezoeken vormt het bezoek aan SAMCO Maintenance op Maastricht Aachen Airport. Nadat we vaker het groot onderhoud aan militaire toestellen mochten aanschouwen
konden we – er waren 32 leden – ons verdiepen in het groot onderhoud van verkeersvliegtuigen.

Erik Blaauwbroek leidde ons via een PowerPointpresentatie door het bedrijf. Als Schreiner onderhoudsbedrijf in 1980 in een kleine hangaar begonnen werd het vanaf 2005 een onafhankelijk MRO. Toen Schreiner door CHC Helikopters werd overgenomen en daar uiteindelijk in op ging splitste in 2004-2005 de onderhoudsdivisie zich als zelfstandig bedrijf af. Als SAMCO Maintenance ging men verder en behaalde in 2009 zijn eerste succes doordat het door Bombardier als tweede erkend onderhoudsbedrijf voor al haar propellermachines van de Dash 8/Q-serie werd aangewezen. Nadat men in 2013 het vijfentwintigjarig bestaan vierde was het volgende hoogtepunt de in 2015 verkregen erkenning tot eerste geautoriseerd onderhoudsbedrijf voor de Bombardier C-serie.
Het bedrijf heeft 160 personen in vaste dienst met daarnaast een groot aantal inhuurkrachten waardoor het totale personeelsbestand vaak ruim boven de 200 medewerkers uit komt. Op MAA beschikt men aan de oostzijde over een grote hangaar voor drie opstelplaatsen. Aan de westzijde heeft men op huurbasis een hangaar voor twee opstelplaatsen terwijl ook in Rotterdam de oude Shell-hangaar met een opstelplaats wordt gehuurd. Over drie weken start naast de eigen hangaar de bouw van een grote tweede eigen hangaar. Daarnaast is zelfs ruimte voorzien voor de bouw een derde hangaar.

Lijnonderhoud wordt van Scandinavië tot Zuid-Afrika en van Denemarken tot het meest oostelijke puntje van Rusland uitgevoerd. Het bedrijf is bevoegd voor het groot onderhoud van een ongelofelijk aantal types. Van de Bombardier DHC8 Q100 t/m Q400, de Bombardier CRJ 200 t/m 1000, de Embraer 135, 145, 170 en 190, de ATR 42 en 72 en de Fokker 50, 70 en 100 en natuurlijk de Bombardier C100 en C300. Het groot onderhoud vindt in Maastricht plaats waarbij meestal – maar het kan ook duidelijk meer zijn – rond 5000 manuren in drie weken wordt ingezet. Men werkt in twee diensten die indien noodzakelijk tot drie diensten kan worden uitgebreid.

Men maakt gaarne gebruik van het op een steenworp afstand gelegen opleidingscentrum het ACC. Men is leerbedrijf en gaat met uiteindelijk aangenomen personeel een opleidings- en werkervaringstraject in waarna nog een type training plaatsvindt. Vervolgens krijgt de werknemer dan zijn bedrijfsautorisatie waardoor men een aftekenbevoegdheid heeft. In Canada zijn werknemers op de C-serie geschoold die verder voor het line-onderhoud Swiss – monteurs hebben opgeleid. Ook Air Baltic monteurs zullen door SAMCO – personeel worden geschoold. Als laatste gaf Erik ons uitleg over de hoge meerwaarde van het toegepaste klanttevredenheidsbeleid waarna hij de groep overdroeg aan de twee projectleiders Barry van Leeuwen en Frank Dekker.  Met hen gingen we de werkzaamheden in de hangaar bekijken. Daar werd gewerkt aan de Widere Bombardier Dash Q300, een Prime Aviation Q300 en een Kroatische Fokker 100 van Trade Air. De vliegtuigen waren volledig gedemonteerd waardoor Barry en Frank ons alle details over de toestellen, het uit te voeren onderhoud en de modificaties aanschouwelijk kon maken. Overal, in op en onder de kisten werd gewerkt. Hoog boven ons werkten men gezekerd door valbeveiliging aan de brandstoftanks en staart. De brandstoftanks van de Q300 werden gemodificeerd en de motorbeplating van de F100 kreeg een spuitbeurt terwijl de Rudder van de Q300 stralend stond te drogen. Ook de kunststofwerkplaats, de spuiterij en de batterijshop werden bekeken. Ruim een uur genoten we van al datgene dat beide projectleiders op een boeiende wijze wisten te vertellen.

Samco, een geweldig bedrijf op de maintenance boulevard van Maastricht Aachen Airport!

 

Uitreiking sculptuur aan nabestaanden
Op zondag 12 maart heeft C-LSK, in aanwezigheid van onder meer C-DHC, C-300 Sqn en C-301 Sqn, een sculptuur uitgereikt aan de nabestaanden van LtKol Wolter van Thiel, Kap Rene Zeetsen en Elt Ernst Mollinger. De 44-jarige luitenant-kolonel Wolter van Thiel, verbonden aan het Defensie Helikopter Commando (DHC) op Vliegbasis Gilze-Rijen, is een natuurlijke dood gestorven in zijn slaapverblijf in Bamako, hoofdstad van Mali. Van Thiel, geboren in Rijen, werkte voor de VN-missie Minusma.

De 30-jarige kapitein René Zeetsen uit Reuver en de 26-jarige eerste-luitenant Ernst Mollinger uit Vught zijn slachtoffers van een helikoptercrash in Mali. Beide vliegers zijn afkomstig van het 301 squadron van de luchtmachtbasis Gilze-Rijen. De vliegers waren

bezig met een oefening waarbij ze gronddoelen beschoten op een vlak, onbewoond terrein toen hun toestel crashte. Het sculptuur beeldt een groepje van 4 militairen uit waarvan 1 militair naar achteren uit het groepje stapt en het team verlaat. De C-LSK vergeleek in zijn toespraak de gedachte achter het sculptuur met een soort van ‘missing-man’ formatie.

Tijdens dezelfde bijeenkomst bood C-301 Sqn aan de nabestaanden van Kap Zeetsen en Elt Mollinger een Nederlandse vlag aan. Deze vlaggen hebben meegevlogen in een Apache van het 302 Sqn tijdens de ‘missing-man’ formatie voorafgaande aan de Formule 1 race in Austin, Texas.

Op 1 maart 1927 werd hij in het Gelderse Silvolde geboren. Hij was dus dertien jaar toen in Nederland de tweede Wereldoorlog zijn aanvang nam. Dit moet bij hem grote indruk achter hebben gelaten want in mei 1945 melde hij zich als oorlogsvrijwilliger bij de Koninklijke Landmacht. Tot december werkte hij voor de geallieerden als zelfstandig vertaler totdat hij in december bij de Koninklijke Landmacht in dienst trad. Mei 1950 verwisselde hij de Koninklijke Landmacht voor de Koninklijke Luchtmacht. Eerst even als vlieger in opleiding, hij had wellicht geen vliegerhandje, maar al snel als beroepsonderofficier. Hij klom verder in rang tot beroepsofficier en uiteindelijk tot 1e Luitenant speciale diensten. Hij vond zijn werk bij toen nog de AFCENT, nu AFNORTH JFC in Brunssum en werkte ook in de Cannerberg. Dat gaf hem de mogelijkheid om in Wijlre, in het mooie heuvelland, te wonen.

We hebben het over Johan Breukelaar, onze altijd vrolijke en goedlachse erevoorzitter, die in 1988 de KNVOL-regio Limburg heeft opgericht. Hij is vervolgens tot/met januari 1999 voorzitter van onze vereniging geweest. Op 3 mei 1999 werd hij te Soesterberg tot erevoorzitter van de regio Limburg benoemd. In 2012 wordt Johan dan wegens zijn grote verdiensten voor de vereniging erelid van de KNVOL; de oorkonde wordt hem tijdens de algemene ledendag in mei op vliegbasis de Kooij bij Den Helder overhandigd.

Johan heeft nu de gezegende leeftijd van 90 jaar bereikt. Rede dat onze voorzitter, secretaris en activiteiten coördinator hem namens ons in Wijlre is gaan feliciteren.

Namens ons allen kreeg hij een bloemstuk aangeboden. Daarnaast konden we hem nog met chocolade een plezier doen. Johan, we hopen dat je nog lang lid van onze vereniging mag blijven en dat het ons gegund is om over tien jaar je wederom te bezoeken.

 

Bezoek 300 squadron

Afgelopen donderdag 23 februari heeft uw regiobestuur een onderhoud gehad met de leiding van het 300 -Cougar squadron. Aan tafel zaten de squadroncommandant Luitenant-Kolonel Ton Linssen, Eerste Luitenant Arnd die hem m.n. bij personeelszaken ondersteunt, Majoor Spiros (ook wel K13 genoemd) hoofd operations en Majoor Ortwin-, hoofd gereedstelling en onderhoud. (In verband met de veiligheid worden van alle militairen, met uitzondering van de Commandant, alleen de voornamen genoemd.)

Het doel is om de band tussen de leden van de regio Limburg en het momenteel uit 149 leden bestaande luchtmachtonderdeel te versterken. Door meer inzicht in het wel en wee van dit squadron wordt de betrokkenheid specifiek met dit onderdeel maar ook in het algemeen met de KLu vergroot. Daardoor kunnen onze KNVOL leden beter de rol als ambassadeur voor onze luchtmacht vervullen.

Een zeer beknopte geschiedenis:
Het squadron is in 1962 opgericht en begon vanuit Ypenburg met Piper Super Cubs en Hiller Ravens te vliegen. Nadat ook de de Havilland Canada DHC-2 Beaver was toegevoegd kwamen de eerste Alouette III’s. In 1968 werd naar Deelen verhuisd waar men tot 1996 bleef om vervolgens via Soesterberg in 2008 op Gilze Rijen te landen waar men deel werd van het Defensie Helikopter Commando (DHC). Vanaf 1976 werd het een puur Alouette squadron met onder andere het met vele prijzen overladen stuntteam de Grasshoppers in zijn gelederen. Men beschikt nu over 12 AS-532U2 Cougar MK.II middelzware transporthelikopters. Op de vliegbasis heeft men de beschikking over een groot en modern eigen complex met kantoorruimtes en een grote lange hangaar waar alle toestellen gelijktijdig onderdak hebben en waar ook het onderhoud plaatsvindt. Het groot (fase) onderhoud gebeurt nog in het Duitse Kassel maar zal waarschijnlijk op termijn in een nieuw te bouwen hangaar in Woensdrecht gaan plaatsvinden.

Volgens de huidige plannen zullen op termijn de Cougar’s waarschijnlijk door 8 NH90 TNFH  worden vervangen. Van de 12 Cougar helikopters zijn er 9 in camouflage kleuren en 3 in een grijze kleur. Alle TNFH toestellen zullen hun grijstint behouden omdat dit de kleur is die in de grote diversiteit van inzetgebieden het beste voldoet. (Men werkt met de commando’s in woestijngebieden, in bergachtige gebied en tot aan de poolcirkel. Ook vliegt men met mariniers en vracht vanaf de Nederlandse en buitenlandse schepen)

In de toekomst zullen we zeker meermaals een bezoek aan het door ons te adopteren squadron brengen. Daar kunt u nader met de enorme veelzijdigheid van taken van deze professionele organisatie kennis maken. Wellicht gaan we naar oefenterreinen waar we de samenwerking tussen squadron en commando’s/luchtmobiele brigade kunnen aanschouwen. Ook zullen we in de toekomst leden van het 300 squadron uitnodigen om over het veelzijdige toestel, de training en de inzet in de vele uitzendgebieden te vertellen.

In een regelmatige briefing zullen we u op de hoogte houden van bijzondere gebeurtenissen binnen het 300.sqn. Van onze kant zal het bestuur present zijn bij vertrek en aankomst voor en na uitzending. Bij introductie van nieuw materieel en commando-overdracht. Bij familiedagen enz. enz.  We zullen de oprechte belangstelling vanuit de maatschappij, voor de aan hen door onze volksvertegenwoordiging opgedragen taken, uitdragen.

Na een kennismaking, een briefing en een bezoek aan de hangaar werd bij de squadronleden met een pilsje deze eerste bijeenkomst afgesloten. De intentie is om bij komende bezoeken naast met de squadronleiding juist met de squadronleden in gesprek te komen. Als attentie werd als afsluiting door Luitenant-kolonel Linssen de squadronpatch aan de drie bestuursleden overhandigd.

Het squadron heeft een mooie website waar alles over hen is te vinden deze is:http://www.300sqn.nl
Ook de webwinkel is goed. Deze is binnen de genoemde website te vinden.

Bezoek open dag van het Aviation Competence Centre op MAA (ACC). 18 februari 2017

Zaterdag de 18e februari zijn de secretaris met de activiteiten coördinator plus zijn echtgenote naar de open dag van het Aviation Competence Centre op MAA (ACC) geweest.

De schoolbevolking liet zijn kunne zien maar ook diverse bedrijven waren met een stand aanwezig. Een korte inkijk:

Het was zeer de moeite waard om de vele leerlingen daar aan het werk te zien. Zeer levendig, aan alles werd gesleuteld en de leerlingen waren graag bereid om hun werkzaamheden toe te lichten. Naast de mechanische beroepen kreeg men nu ook zicht op de avionica waar driftig aan elektronische componenten werd gewerkt. Een totaal verschil met datgene wat we ervaren als we in het ACC vergaderen. Zeer de moeite waard om eens, eventueel vergezeld van uw kinderen of kleinkinderen, deze open dag te bezoeken. (Tijdens de volgende ALV geven we de datum voor 2018)

Tevens waren onze KNVOL-leden die de flightsimulators bedienen aanwezig. Ze lieten uitgebreid zien wat er op dit gebied mogelijk is. Ook werd men direct uitgenodigd om zelf achter de stuurknuppel plaats te nemen.

We hebben o.a. gesproken met een drietal werknemers van Hamilton Sunstrand en hun verteld dat we het bijzonder jammer vonden dat we als vereniging hun bedrijf niet konden bezoeken. Vanuit de VS is dit vanuit de technologiebeveiliging verboden. Hun stand lag vol met hoogtechnologische vliegtuigonderdelen die in de vestiging nabij de luchthaven hun onderhoud krijgen. De bedrijfsleiding is druk in onderhandeling om F35 onderhoudswerk naar de locatie te halen. Ook in de F35 zitten veel componenten die door het moederbedrijf zijn ontworpen en gefabriceerd. Door het zeer geringe aantal door de KLu bestelde toestellen is het nu, anders dan bij de F16, uiterst moeilijk om het onderhoud van deze componenten naar de Nederlandse vestiging te halen.

Ook hebben we gesproken met dhr. Smedts die vanuit Baarlo twee toestellen, een F104 Starfighter en een Hunting Jet Provost, aan het ACC heeft geleverd. De leerlingen werken hard aan het opknappen van deze toestellen en doen zo heel veel sleutel- en plaatwerkervaring op. Als alles er weer netjes uit ziet gaan de toestellen terug naar Baarlo en krijgen daar binnen het eigen bedrijf een mooie spuitbeurt. Andere toestellen zullen dan in de hal voor aflossing zorgen. Een win-win-situatie voor ACC en zijn bedrijf.

We hebben het daarnaast gehad over het bezoeken van zijn in vele jaren opgebouwde collectie. (Hij is zelf al vele jaren lid van de KNVOL-regio Noord-Brabant / Noord-Limburg.) Vele regio’s zijn ons al voor geweest. In 2018 zullen we de collectie toch zeker moeten bekijken!

Positief waren de drie personeelsleden van de stand van SAMCO. Nog dit jaar moet een grote onderhoudshangaar direct achter het ACC worden gebouwd. Bij Eurocontrol zijn daarvoor dan ook al alle antennes op hoge masten geplaatst. Dit om ondanks de nieuwe hoge hangaar ongestoord dataverkeer mogelijk te maken. In deze nieuwe hal, de derde SAMCO-hangaar op de luchthaven, moet het groot onderhoud van de Bombardier CS100 en CS300 plaatsvinden. (‘n soort lichtere Airbus A320) Na voltooiing zal de tijdelijke huur van hangaarruimte op Rotterdam worden beëindigd.

 

Lezing Anthony Fokker door Dr. Marc Dierix. 27 januari 2017 in het Aviation Competence Centre op MAA

Als toehoorder had ik vooraf een totaal verkeerd beeld van onze grootste vliegtuigfabrikant Anthony Fokker. Tijdens de lezing in het Aviation Competence Centre aan de luchthaven MAA ging dat totaal aan diggelen.

Biograaf Marc Dierikx vertelde het verhaal van een verwende adolescent die door zijn vader, die in Java koffieplanter was geweest, voor de opleiding tot automonteur vanuit Haarlem naar Duitsland werd gestuurd. In Mainz ging hij echter al vlug de zes weken durende cursus vliegtuigbouw volgen (de enige opleiding die hij ooit zou volbrengen). Hij liep daar vervolgens dhr. von Daum tegen het lijf die hem, samen met de andere afgestudeerde cursisten, een eerste vliegtuigje liet bouwen. Met dit fragiele toestelletje zou hij als testpiloot zijn eerste ongeluk beleven waarna er nog zeven zouden volgen. Geluk had hij steeds, hij kwam uit een rijk nest, overleefde dus acht vliegtuigongelukken, liep steeds de juiste mensen tegen het lijf en verdiende een fortuin tijdens en aan de eerste wereldoorlog.

Hoe hij een modern jachtvliegtuig moest bouwen leerde hij van een Moranewrak. Bij het begin van de oorlog besefte de Duitse legerleiding al vlug dat ze, anders dan in Frankrijk, het belang van het luchtwapen hadden onderschat. Ze gingen dan ook vlug op zoek naar eenieder die enige kennis van vliegtuigbouw had en kwamen dan vlug ook bij Fokker terecht. Hij woonde uiteindelijk acht jaar in Duitsland, bouwde in Schwering 7000 jachtvliegtuigen (de loodsen staan er nog steeds), en verdiende er 88 miljoen mark die hij in een vloerkleed naaide en per boot door kapitein August van Travemunde naar den Helder liet brengen.

Hij verhuisde naar Nederland en hoorde van de vraag van de L.V.A. naar jachtvliegtuigen en verkenners. Voor Trompenburg, die het contract had afgesloten maar niet kon leveren, liet hij vier treinen met toestellen naar Nederland overbrengen. De Nederlandse strijdkrachten namen er, tegen de afspraken in, maar twintig via Trompenburg af. 235 Toestellen verkocht hij aan Rusland die ze tot midden jaren dertig bleef gebruiken. Ook aan die transacties hield hij veel geld over. Geld was voor hem alles waar het om draaide en ook de reden dat hij, verleid door twee spionnen, al snel naar de VS vertrok om in New York te gaan wonen. In de VS stond uiteindelijk ook zijn belangrijkste fabriek die vandaar de wereldmarkt bediende. Behoudt van zijn vermogen was uiteindelijk ook de reden van de teloorgang. Er werd bijna niets aan onderzoek en ontwikkeling besteed. Zo besteedde hij aan de ontwikkeling van de F18 een schamel bedrag van € 387,16 aan R&D terwijl zijn concurrenten Douglas, Lockheed en Boeing miljoenen er aan uitgaven. Hij hield vast aan buis en houtbouw omdat hij zo nauwelijks geld aan onderzoek kwijt was, ook geen verstand had van moderne vliegtuigbouw, maar uiteindelijk ook omdat de seriegrootte van zijn toestellen steeds kleiner werden.

Als persoon was hij een hork. Hij was wel een goede testpiloot die precies kon aangeven welke modificaties het testtoestel moest ondergaan. Was gek van water- en paardensport maar kon totaal geen relatie met vrouwen opbouwen. Zijn eerste vrouw, de Duitse Sophie von Morgen ging er na drie jaar met zijn testpiloot vandoor. Wel was hij zo sportief om haar een maandelijks legaat toe te staan. Zijn tweede huwelijk, nu met de Canadese Violet Austman eindigt nog dramatischer. Ze is al snel depressief en wordt na ontslag uit de kliniek alleen door Fokker’s chauffeur opgewacht. Als Fokker thuis komt loopt hij straal langs haar door en gaat naar bed. Even later trekt ze haar conclusies en springt vanuit hun Manhattans appartement op 15 hoog uit het raam.

Na dit drama, het is 1929, trekt Fokker zich in zijn jacht terug en laat zijn fabrieken versloffen. Tien jaar later op 24 december 1939 overlijdt hij tenslotte als gevolg van een hersenvliesontsteking die zich ontwikkelde na een bacteriologische infectie die hij tijdens een neusoperatie had opgelopen. Hij werd 49 jaar.

Een geweldig boek:  Een vervlogen leven  Marc Dierikx  ISBN 97890 8953 284 8

26 september bezoek Melsbroek. 

Op 26 September vertrokken ruim dertig verenigingsleden naar Melsbroek waar ze door Adjudant Pieter de Win buitengewoon gastvrij werden ontvangen. Ruim 920 militairen zijn daar verantwoordelijk voor elf Lockheed C130H’s plus nog een hele vloot aan “witte vliegtuigen”.  Samen vormen ze de Belgische transportvloot, de15e wing. Na een korte briefing ging het naar het hoog gelegen terras van de ontvangstzaal waar onder het genot van een kop koffie kon worden genoten van een bedrijvig en zonovergoten Brussels Airport.

Na een korte wandeling werd binnen de vrachtafhandeling met onze excursie gestart. De Adjudant gaf uitgebreid uitleg hoe de maximaal twintig ton vracht op platen wordt opgebouwd en hoe men zorg draagt voor de juiste gewichtsbalans van het vrachttoestel.

Vervolgens liepen we de motorenwerkplaats binnen waar we direct geconfronteerd werden met het feit dat de Hercules natuurlijk een viermotorig toestel is. Spectaculair was het zeer groot aantal in onderhoud bevindende motoren en propellers. Ook de zeer complexe mechanische aansturing van de bladverstelling, ruim vijftig jaar geleden ontwikkeld, was een openbaring.

Derde item was de C130-inspectionbay. Daar stond de rest van datgene wat ooit een vliegtuig was geweest vol met plakketjes van plekken en onderdelen die een aandachtspunt vormen. Met groot vakmanschap worden daar de elf, aflevering juli 1972 – maart 1973, toch reeds 44 jaar oude vrachttoestellen onderhouden en indien gewenst aangepast. De luchtmacht is daarbij verantwoordelijk voor de a – b en c – check en Sabena-techniek voor de D – check. Zelfs plaatwerkonderdelen worden door virtuoze plaatbewerkers nieuw gevormd. Uitgebreid werd ook verteld over de Herculesramp, het door een hangarbrand verloren gaan van een tweede toestel en de aanschaf van een vervangend voormalig Evergreentoestel.

Pieter vertelde over de inzet van de toestellen en de steeds weer uitgestelde aflevering van de Airbus A400M waarvan de eerste twee, van de bestelde zeven, nu in 2019 geleverd moeten worden. De hardware op Melsbroek verlangt echter grote aanpassingen waardoor het nog niet duidelijk is vanuit welke luchtmachtbasis men uiteindelijk met deze giganten zal gaan opereren.

Op het platform genoten we van ‘n grote C130-bedrijvigheid en konden we een blik op de “witte vloot” werpen. Het cargoruim van een toestel werd bekeken en de functies van diverse onderdelen besproken. Tenslotte bezochten we in groepjes het flightdeck.

Na een voortreffelijke lunch werden we door een lid van het Dakota museum opgevangen. Buiten bekeken we de Fairchild C119G Packet, de Hunting Pembroke en de Douglas DC3 Dakota. Na een zeer uitgebreide uitleg volgde het museumgebouw. Deze bestaat uit een verblijf-, een tentoonstellings- en een archiefruimte. In de tentoonstellingsruimte werd ons het ontstaan van de luchthaven en de verdere uitbouw tot Brussels Airport/Melsbroek uitgebreid toegelicht. Ook werd aandacht besteed aan de toestellen die vanaf de basis opereerden en de omvangrijke berging en plaatselijke opbouw van de buiten tentoongestelde DC3.

Triest hoogtepunt vormde het dramatische ongeluk op 26 juni 1963 van de in Duitsland boven een Engels oefengebied verongelukte C119. Een van de vier Packet’s werd tijdens zijn daling op weg naar Gutersloh vol, door een vanaf het oefenterrein Sennelager afgevuurde fosforgranaat, getroffen. Slechts negen paracommando’s konden door een wonder, strompelend over de bepakking, uit het neerstortende toestel springen. Drieëndertig para’s komen met de vijfkoppige bemanning om. Een van onze regioleden stuitte tijdens zijn militaire loopbaan op het herinneringsmonument. Ook las hij later een boek over dit ongeval wat hij bij het zien van de museum-C119 met ons deelde. In het museum bleek een van de nog steeds levende geredde para’s aanwezig te zijn. Tijdens het gesprek dat ontstond kregen we bloedstollend inzicht in het drama dat zich had voltrokken.

Na nog een kort bezoek aan het archief, waar alles betreffende de 15e wing wordt gedigitaliseerd, vertrokken we naar de verblijfsruimte. Daar werd onder het genot van een goede Belgische pint en geflankeerd door enige voortreffelijke 15e wing dvd-films nog een tijdje deze voortreffelijke dag voortgezet. Met dank aan de 15e wing en adjudant Pieter de Win.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

6 april, lezing F-35 Lightning II

Op woensdag 6 april kwamen een groot aantal leden bij elkaar om te luisteren naar een zeer boeiende lezing gehouden door Lt. Kolonel-vlieger Frank den Edel. Hij is hoofd transitie F16 – F35.  Bijzondere aandacht had daarbij het totale wapensysteem F35, de inrichting van de vliegbases Volkel en Leeuwarden en opzetten van het logistiek- en onderhoudscentrum te Woensdrecht.

Zijn betoog viel in vier hoofdonderwerpen uiteen.

*        De rol van het jachtvliegtuig in het nu en de verdere toekomst. Aspecten als multirole, sensorplatform, ondersteuning van grondtroepen, opereren in diverse geweldsspectra plus zijn nationale en civiele taken kwamen uitgebreid aan de orde.

*        Vervolgens belichtte hij de noodzakelijkheid van een spoedige vervanging van de F16. Hij gaf ons daarbij een inkijk in de technische, de economische en de operationele noodzaak tot vervanging van het wapensysteem.

*        Na de pauze kwam de totstandkoming van de keuze van de F16–vervanger aan de orde. We werden deelgenoot in de zorgvuldigheid van de procedure die tot de keuze had geleid. Een procedure die, wel op een volledig andere manier, nog eens werd herhaald en weer in dezelfde eindconclusie resulteerde.

*        Als laatste kwam het programma aan bod. Wat is gerealiseerd, waar staan we en wat moet nog worden aangepakt. Het project mag 4,5 miljard kosten waarvan 37 toestellen en 8 simulatoren worden gekocht en de infra-aanpassingen moeten worden betaald.

Bijzonder tevreden is men over de prestaties van de Nederlandse industrie. De inbreng van Fokker maar ook die van de NLR.  Die laatste presteerde het om het gewicht van het toestel belangrijk terug te brengen zodat het volledig binnen de ontwerpspecificaties kwam te liggen.

De eerste zes toestellen komen uit de productie van Lockheed Martin maar de rest wordt in Italië geassembleerd. De Italiaanse productie is van zeer hoge kwaliteit. Men heeft daar deskundig personeel met veel ervaring vanuit de Eurofighterproductie.

Mede door ervaring en kennis van een groot aantal toehoorders kwam het door vele verdiepende vragen tot vaak interessante discussies.

2016-04-06-lezing-f-35

Vliegbasis Woensdrecht, 30 maart 2016

 

Op woensdag 30 maart 2016 was de regio Limburg te gast op de Vliegbasis Woensdrecht. Door enkele ongebruikelijke files op de snelwegen waren we later dan gepland, waardoor het hele programma op de basis nogal onder tijdsdruk kwam te staan.

In het bezoekersinformatiecentrum kregen we een presentatie over de vliegbasis Woensdrecht en wat daar allemaal gebeurt. Woensdrecht blijkt het logistieke hart van de KLu te zijn waar veel ondersteunende functies zijn geconcentreerd. Daarnaast zijn alle opleidingen binnen de luchtmacht, behalve die aan de KMA, in Woensdrecht geconcentreerd. Bij deze presentatie viel op dat de invloed van de bezuinigingen overal merkbaar is. De adjudant die de presentatie verzorgde moest letterlijk alles zelf en alleen doen. Hij bleek een echte duizendpoot die daar niet onder leek te lijden.

Vervolgens stond een bezoek aan de onderhoudshangar op het programma. Hier stonden diverse F-16’s, Chinooks en Apaches die hun onderhoudsinspecties ondergingen. In principe gebeurt hier het onderhoud van alle vliegtuigtypes maar het aanbod is te groot om alles aan te kunnen. Daarom zijn er enkele uitzonderingen waarvoor het onderhoud wordt uitgevoerd op bijvoorbeeld Gilze-Rijen.

Na een rondrit met de bus over een deel van het basisterrein werden we ontvangen in het grote bebouw waarin de opleidingen plaatsvinden. De commandant van het opleidingssquadron gaf een overzicht van de vele opleidingen waar grote aantallen cursisten die worden opgeleid. De problemen die defensie heeft bij de werving van geschikt personeel en de veranderde maatschappelijke omstandigheden kwamen ook aan de orde. Zeer interessant was de blik die ons werd gegund in de opleidingshangar waar diverse vliegtuigtypen als lesobject aanwezig zijn. Heel bijzonder om weer eens een BO-105 helikopter in de Nederlandse kleuren te zien.

Na de lunch nog een rondrit over een ander deel van de basis en vervolgens werden we gebracht naar de hangar van Stork-Fokker waar het onderhoud aan de NH-90 helikopter wordt verzorgd. Een NH-90 vlieger vertelde ons veel wetenswaardigheden over dit nieuwe type. Hij kon zijn verhaal mooi illustreren met reële voorbeelden omdat er enkele NH-90’s binnen stonden in diverse stadia van demontage voor groot onderhoud. Veel details van de constructie en de inrichting van deze helikopter waren daardoor prima zichtbaar. De enorme deskundigheid zorgde er voor dat de vele vragen uitstekend werden beantwoord.

Het was een zeer interessante dag die een goede kijk gaf op het zeer bedrijvige opleidings- en logistieke hart van de Nederlandse luchtmacht.

 

14 januari Fokker Landing Gear

Donderdag 14 januari vond ons bezoek plaats aan Fokker Landing Gear te Helmond na een voorbereiding van een jaar. Dat duurde dus even maar het was de moeite waard. Na Goodyear Tilburg en Thales Hengelo een derde bedrijf op het gebied van vliegtuigonderdelen wat wij in de loop van een aantal jaren mochten bezoeken.

We arriveerden in het moderne fabrieksgebouw van Fokker, opgewacht door directielid Bob Fleuren, onze contactpersoon. Na opwarmen met koffie volgde een uiteenzetting over het bedrijf door de heer Fleuren, overigens een oud-luchtmachtman! Na het stoppen van het grote Fokkerbedrijf zijn een aantal onderdelen toch verder gegaan, waaronder deze Helmondse  vestiging, nu onderdeel van het Britse bedrijf GNK aerospace. Complete vliegtuigen maakt Fokker weliswaar niet meer, maar wel onderdelen met hoogwaardige technologie. Hier in Helmond zijn dat dan landingsgestellen voor vliegtuigen van alle afmetingen tot 100 passagiers en voor helikopters. Tevens onderdelen voor de nieuwe F35, waaronder de vanghaak voor deklandingen. Bij dit alles wordt gebruik gemaakt van de modernste materialen, zoals composiet  de modernste instrumenten en innovatieve technologieën. We kregen van Bob Fleuren een uitvoerige verhandeling over dit alles en konden vervolgens een kijkje nemen in de moderne fabriek. Indruk maakten vooral de instrumenten waarmee de producten getest werden op breuk,etc. Geen foto’s te maken, begrijpelijk, het risico van misbruik, hoe klein ook, moet uitgesloten worden.

Hulde en dank aan Fokker Landing Gear.