Steeds minder jachtvliegtuigen

Op zondag 27 juni 1948 arriveerden op het vliegveld Welschap bij Eindhoven de eerste drie straaljagers van de toenmalige Luchtstrijdkrachten. Ze waren van het type Gloster Meteor F. Mk. 4. Daarmee begon het tijdperk van de jachtvliegtuigen met straalaandrijving voor de Koninklijke Luchtmacht. De in dienst zijnde aantallen, bestaande uit diverse typen, zouden snel stijgen tot een piek in 1956 van 522 toestellen.

Daarna zouden de aantallen eigenlijk alleen maar afnemen, tot 70 anno 2017, waarbij dan de twee F-35A testmodellen nog zijn meegerekend. De 68 overgebleven F-16’s zullen, zoals het er nu naar uitziet, worden vervangen door in totaal slechts 37 F-35A’s, bijna een halvering dus. Natuurlijk zijn modernere vliegtuigen steeds capabeler, maar de reductie van meer dan 500 naar 37 straks is toch wel heel bizar. Ook het beste jachtvliegtuig kan maar op één plaats tegelijk zijn!

Als basis voor de grafiek zijn de gegevens gebruikt zoals door Coen van den Heuvel gepubliceerd in zijn boekje ‘Vliegtuig- en registratieoverzicht 1945-2005’, aangevuld met latere reducties. Hierbij gaat het vooral om de ‘datum in’ en ‘datum uit’, data zoals vermeld op de vliegtuigkaarten, BvI/BvL, afschrijvingsformulieren, doorhaling in het Militaire Luchtvaartregister, maandlijsten en andere Luchtmachtdocumenten.

2 gedachten over “Steeds minder jachtvliegtuigen

  • 19 juni 2017 om 16:28
    Permalink

    Hopelijk een wake up call voor iedereen. Worden we weer van het gebroken geweertje ? Iedereen die dit inzichtelijk heeft gemaakt zijn we een hartelijke dank verschuldigd. Hopelijk is de statistiek een goede hulp in de politieke kringen om de juiste beslissingen voor Onze Toekomst te nemen. Tijdens WW II hebben de luchtmachten van de diverse landen uiteindelijk een zeer belangrijke bijdrage geleverd.

    Beantwoorden
  • 2 juli 2017 om 15:48
    Permalink

    In 2008 had men de keuze om een ander gevechtstoestel te kiezen dan de F-35, immers toen werd duidelijk dat de F-35 als enige van de zes kandidaten uit 2002, niet in 2010 gereed zou zijn om de F-16 te gaan vervangen.Ook de prijs zou veel hoger zijn dan werd aangenomen. Men had dus een ander toestel moeten kiezen, die wel op tijd leverbaar zou zijn en in voldoende aantallen kon worden aangeschaft.Had men voor de Gripen gekozen dan had men voor ongevveer hetzelfde begrote bedrag 85 stuks kunnen kopen.Weliswaar was de E versie nog in ontwikkeling, dan had men alvast conform het Zwitserse model het type B en/of D kunnen leasen.Dan had de Koninklijke Luchtmacht het uitzicht gehad op een betaalbare,moderne jager met de allerlaagste onderhoudskosten en de modernste software in plaats van het uitzicht op de modernste jager, met verouderde software indrastructuur, dat problemen zal blijven geven, met bovendien de allerhoogste onderhoudskosten.De luchtmachtstaf heeft destijds de politiek voor het blok gezet, zie toys for the boys in de Nrc van 2002. De politiek draagt schuld aan de vele bezuigingen, echter tegen een dergelijke hoge kosten verslindend project, nu en in de toekomst, daar kan geen defensie budget tegen op. Ik geef nog de volgende overweging, de keuze voor een type met een motor werd ingegeven door de gedachte dat dit in onderhoud goedkoper zou zijn, dekosten van de F-35 halen dit argument volstrekt onderuit.
    Daarom beter ten halve gekeerd, dan …….. Als men niet onder de eenmaal genomen beslissing uitkan en er is ruimte voor meer toestellen voor luchtmacht, waarom zouden dat F-35’s moeten zijn? Naar gelang de soort missie zou een goedkoper (in exploitatie) toestel misschien wel beter geschikt zijn.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij G. Th. Blokhuis Reactie annuleren