Activiteit verslagen regio Noord

Bezoek Regio Noord aan de Vliegbasis Volkel.Op dinsdag 1 oktober jl. heeft de Regio Noord een bezoek gebracht aan de vliegbasis Volkel. Een slechtere dag voor vertrek hadden wij denk ik niet uit kunnen zoeken. Uitermate slecht weer, boerenprotesten en de langste file van dit jaar > 1000km. Toch waren wij maar een kwartier te laat op de basis, waar wij al werden opgewacht door elt. Erik Vorstenbosch.
Het programma werd gestart in de briefingroom door sgt1 Joost werkzaam op het leerdok met de presentatie “Rondje F-16”. In een interactieve presentatie werd verteld wat er zo allemaal komt kijken om een F-16 in de lucht te krijgen.Na de lunch vertrokken wij naar Historisch Vliegtuigen Volkel (HVV) waar wij een kijkje hebben genomen bij het restauratie project van de F-104G Starfighter D-8114. Uitgebreid werd ingegaan op het hele project en de problemen waar men tegen aan loopt. Duidelijk is wel geworden dat dit toestel waarschijnlijk nooit meer zal vliegen. Inmiddels is er in Canada wel een motor gevonden voor het toestel waar Can$ 35.000,- voor gevraagd wordt. Het hoogst haalbare zal waarschijnlijk het opstarten van het toestel zijn. Voor taxiën is namelijk dezelfde certificatie nodig als voor het vliegen van het toestel. Inmiddels heeft de stichting wel een vliegwaardig toestel op het oog de ex D-5810 die momenteel in Amerika te koop wordt aangeboden voor US$ 350.000,-.  Voor het werven van fondsen is het afgelopen jaar separaat de Dutch Starfighter Foundation opgericht. Als u meer informatie wilt en/of donateur wilt worden kijkt u dan eens op de website. www.dutchstarfighterfoundation.nl.

Hierna hebben wij de traditiekamer Typhoon bezocht waar wij de geschiedenis van de vliegbasis Volkel hebben kunnen bekijken.Intussen was de zon gaan schijnen terwijl een uitgaande avondvlucht van 6 x F-16 klaar stond voor vertrek, welke wij aan de rand van de startbaan konden zien vertrekken, voorafgegaan door een overshoot van een Duitse Tornado.
En zo werd het ondanks alle obstakels in de morgen toch nog een mooie en leerzame dag waarvoor wij het hele team op Volkel en in het bijzonder elt. Erik Vorstenbosch dank willen zeggen.

Alex Knoops

Presentatie A330MRTT door Jan der Kinderen te Hoogeveen
Op woensdag 25 september jl. heeft de Regio Noord kunnen genieten van een presentatie over de A330MRTT het nieuwe tankvliegtuig dat vanaf mei volgend jaar de KDC-10’s op de vliegbasis Eindhoven gaat vervangen. Hieraan voorafgaand gaf onze voorzitter Anton den Drijver een korte inleiding waarbij hij vertelde hoe bij de KLu de aanschaf van tankervliegtuigen tot stand is gekomen. Tijdens de Golfoorlog van 1991 bleek dat de inzet van onze F-16’s haast onmogelijk was omdat er onvoldoende tankercapaciteit was. Dit heeft in Nederland geleid tot de aanschaf van twee civiele DC-10’s die zijn omgebouwd tot tanker. Daarna kregen zij de aanduiding KDC-10 en kwamen zij in dienst bij 334 sq. op de vliegbasis Eindhoven.

Jan der Kinderen is momenteel werkzaam bij de NATO Support and Procurement Agency (NSP) als MMF System Manager. In deze functie is hij betrokken bij de verwerving, ombouw en in dienst stelling van het nieuwe tankvliegtuig. Inmiddels zijn er acht toestellen besteld door een poule van vijf landen (Duitsland- Luxemburg-Noorwegen-België-Nederland) onder NATO verband. De toestellen zullen gaan opereren in de Multi Role Tanker Transport Fleet (MMF) die zijn hoofdzetel krijgt op de vliegbasis Eindhoven. Vijf toestellen zullen op de vliegbasis Eindhoven worden gestationeerd de overige drie op de Duitse vliegbasis Wahn het militaire gedeelte van het vliegveld Köln-Bonn. Er is goede hoop dat er nog ander landen zullen aansluiten bij het project zodat een optie op nog 3 toestellen opgenomen kan worden. Op enerverende wijze vertelde Jan hoe de toestellen bij EADS in Toulouse (Frankrijk) als standaard passagiers uitvoering worden gebouwd. Het grootste verschil met de standaard passagiersuitvoering is dat dit toestel is voorzien van een vleugel van de A-440, een viermotorig passagierstoestel. Echter de buitenste ophangpunten voor de motoren zijn niet in gebruik. Hier zullen later de hose en drogue tankpotten aan opgehangen worden. Daarna wordt het toestel naar de EADS vestiging in Getafe, Spanje gevlogen (voormalige CASA fabrieken). Daar wordt het toestel letterlijk helemaal gestript, waarna het toestel wordt voorzien van de nodige militaire hardware. De cockpit wordt bepantserd. Het toestel krijgt een geavanceerd Infrarood zelfverdedigingssysteem van de Israëlische fabrikant Elbit om het toestel te beschermen tegen vijandige luchtafweer. De tankboom wordt aan het toestel gehangen met ÉÉN bout hoewel deze in totaal 4 ton weegt. Het toestel krijgt zowel de bekende tankboom die ook bij de KDC-10 in gebruik is, als ook de hose en drogue potten waarmee toestellen middels een slang en een basket worden bijgetankt. Dit systeem is o.a. bij US Navy toestellen in gebruik maar ook bij ondermeer de Tornado, Eurofighter/Typhoon, Mirage en Rafale. Daarnaast zullen de toestellen die in Duitsland worden gestationeerd uitgerust worden met een uitgebreide medevac unit en o.a. voorzien kunnen worden van 6 IC units. Op een het einde van de presentatie kregen wij een primeur in de vorm van de eerste foto’s van de A-330MRTT in Nederlandse kleuren. Deze zal de registratie T-054 krijgen die op de foto’s nog was afgeplakt. De officiële aanduiding van het toestel KC-30M zal worden. Wij willen Jan der Kinderen nogmaals hartelijk danken voor zijn mooie, boeiende en interessante presentatie.

Alex Knoops

Lezing  Kapitein Vlieger b.d. Hans van der Werf donderdag 25 april
Een lezing die voor de aanwezige leden van de regio Noord mogelijk al eerder op het programmastond maar door het drukke programma van Hans van der Werf, een zeer boeiende verteller, pas op donderdagavond  25 april 2019 eindelijk doorgang kon vinden. Na de inleiding van de Voorzitter van de regio Noord Anton den Drijver begon het verhaal ‘’De Ervaring  vooral de Ervaringen van een Demo Vlieger’’ waarin Hans van der Werf het zeer aandachtig luisterende publiek meenam door zijn vlieger leven en loopbaan verloop binnen de KLu.
Ervaringen die niet alleen met ons werden gedeeld maar ook nog eens konden en ook werden aangevuld door een andere Hans.  Die andere Hans betrof Hans ‘’MIDAS’’ Weber oud F-16 demonstratie vlieger van Leeuwarden. Van der Werf die net na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd geboren in september 1945  in Amsterdam wist eigenlijk al vrij vroeg dat hij vlieger zou en wou worden. Aangestoken door het luchtvaart virus onder de rook van Schiphol kwam hij met uiteindelijk een diploma HBS-B met een omweg  die leidde via het computerbedrijf IBM en de KL  uiteindelijk alsnog bij de KLu terecht. Na de bekende Trip van Zoutland Kazerne in Breda volgden later de EVO (Elementaire Vlieger Opleiding) en de VVO (Voortgezette Vlieger Opleiding) waarna uiteindelijk de brevettering volgde op 3 oktober 1967. Na de OCC of Operational Conversion Course volledig te hebben gevolgd ging het vervolgens via het No. 315 en 314 Squadron  naar de TCA ( Transition Conversion All Weather) en de CAV (Conversie –All Weather Vlucht) op Volkel om uiteindelijk in te stromen als operationeel squadron en later als demovlieger F-104 onder de paraplu van het No. 312 Bonzo Squadron op Volkel. Van der Werf die naast de Starfighter verder de Fokker S-11 , Fouga Magister , T-33 en de F84F Thunderstreak vloog , noteerde in zijn (over) volle logboeken een totaal van 3350 vlieguren waarvan zo’n 2390 uur op de Starfighter. Tevens was deze sympathieke en boeiende verteller, die een goed interactie had met zijn publiek een tijd lang Instructeur, hij werd op Eelde opgeleid  bij de VIO of Vlieg Instructeurs Opleiding. Het hoofdverhaal zou gaan over zijn 6 jaar als demovlieger waarbij hij zijn gehoor in woord en beeld meenam naar de D-8331, de 104 met haaienbek en o.a.de D-8091 de cleane kist die Van der Werf voorvloog met rood-wit-blauwe jubileum staart en met KLu 65+ titels op de staart. Hij nam ons mee in alle facetten van het demovliegen voorafgaand aan zijn eigenlijke show en zijn op vele vliegshows gegeven demonstraties waarbij tevens namen als het Duitse Ramstein, Coventry in het Verenigd Koninkrijk en RAF Greenham Common (helaas ook al gesloten) in het Verenigd Koninkrijk  eveneens voor het voetlicht werden gehouden. In het verhaal van DISPLAY22 (demonstratie R/T callsign) , over de Starfighter komen verhalen over de zeer goed uitgevoerde Barrel Rolls, Derry Turns , Knife Edge manoeuvres en oa.de Repositioning Pass zeer goed tot uiting. (Boek Cor van Gent over de Starfighter) Als Ambassadeur van de KLu werd Van der Werf ook meer dan eens uitgenodigd bij officiële gelegenheden zoals hij vertelde. Een anekdote sprong er dan ook echt uit in zijn verhaal zoals de ontmoeting met Lady Gibson, voorheen Eve Moore, de latere vrouw van de Wing Commander Guy P.Gibson VC-DSO-DFC  die later Commandant van No. 617 Squadron zou worden The Dam Busters. Na zijn gehoor in iets meer dan twee uur mee te hebben genomen door zijn carrière en loopbaan vertelde deze Ambassadeur van de Starfighter tevens dat de Stichting Dutch Starfighter Foundation grote plannen heeft met de D-8114 . Na het dankwoord van Anton den Drijver van de regio Noord en het uitreiken van het Wapenschildje van onze regio aan de  gastspreker met de slotakkoorden van secretaris Hans Mijnheer kwam er tegen 2230 uur formeel een einde aan deze prachtige avond en lezing.

Hille Oppedijk.

Voorzitterswissel regio Noord
Op de Vliegbasis Leeuwarden is op donderdag 7 maart Kolonel b.d. Anton ‘Tone’ den Drijver in zijn functie van voorzitter Regio Noord voorgesteld aan de CVB Kolonel Arnoud Stallmann. Bij die gelegenheid overhandigde de scheidend voorzitter Rob Stavast een dankbetuiging aan Stallmann waarin hij zijn waardering uitsprak voor de geboden gastvrijheid gedurende zijn zittingsperiode van 2015 tot 2019 als regiovoorzitter. Eerder is bij de Verenigingsraad van 7 december 2018 Den Drijver benoemd tot voorzitter van de Regio Noord en heeft bij de Regioledenvergadering van 14 maart 2019 de functie overgenomen van Rob Stavast. Een aardige bijkomstigheid is, dat Den Drijver in 2010 het commando over de Vliegbasis Leeuwarden heeft overgedragen aan de Dennis Luyt, de huidige Commandant Luchtstrijdkrachten. 

Vliegveld Steenwijk/Fliegerhorst Havelte
Donderdagavond 28 februari j.l. hebben wij mogen genieten van een boeiende lezing door Patric van Aalderen in het dagelijks leven officier bij de BIDKL in Soesterberg.
De goed bezocht lezing werd gegeven in het restaurant Fly en Food op het vliegveld Hoogeveen.
De avond werd geopend door de directeur/voorzitter van het vliegveld Hoogveen de heer Stavast (geen familie van onze voorzitter).
Deze sprak de hoop uit dat hij veel van onze leden in de toekomst op veld mag begroeten. De gemeente Hoogeveen heeft grootse plannen om het gebied rond het vliegveld te ontwikkelen tot een recreatieve bestemming. Het aantal vliegbewegingen is het afgelopen jaar met 30% toegenomen ten opzichte van 2017. De verwachting is dat dit aantal verder gaat stijgen als Lelystad als luchthaven operationeel wordt. Het zal voor de sport- en historische luchtvaart moeilijker worden om vanaf Lelystad te opereren. De hoop is dat deze uit zullen wijken naar Hoogeveen. Er vliegen al veel historische vliegtuigen vanaf Hoogeveen, denk hierbij ook aan het D-21 project van Jack van Egmond. Dit toestel zal als alles goed gaat vanaf 2020 vanaf Hoogveen opereren. Ook is er een zweefvliegclub gevestigd en wordt er parachute gesprongen vanaf hoogtes tot 15.000 voet.
De SVH de stichting die veld exploiteert heeft een onlangs een krediet gekregen van € 80.000,- om de startbaan te draineren. Het veld heeft een grasbaan (de langste van Nederland). Eind dit jaar hoopt men met de werkzaamheden te kunnen beginnen.
Hierna begon Patric van Aalderen aan zijn presentatie over het voormalige vliegveld Havelte. Vele mensen weten niet dat er in Havelte ooit een vliegveld is geweest maar als men in het terrein goed kijkt zijn er nog steeds restanten terug te vinden. In 1934 werd het eerste initiatief genomen door de toenmalige burgemeester van Vledder Linthorst-Homan om een KLM burgervliegveld op te richten. Later volgde ook de burgemeester van Havelte. In die periode was de aanwezigheid van een vliegveld een hot item. Er werd een comité gevormd voor het oprichten van een vliegveld in ZW-Drenthe. 
In 1938 gooide de bouw van een kazerne in Steenwijk roet in het eten. De voorziene locatie van het vliegveld werd uitgeroepen tot oefengebied.  Op 9 mei 1940 werd het comité ontbonden.
Na de Duitse inval in 1940 begonnen de Duitse bezetter met de bouw van een vliegveld in Peest. Al snel bleek deze locatie veel te drassig en niet geschikt al vliegveld.
De Duitsers weken daarom in 1942 uit naar Havelte. Deze locatie bleek veel geschikter. Bovendien lagen er in verschillende gemeentehuizen al plannen klaar voor de bouw van een vliegveld. Voor de werkzaamheden werden in de beginperiode veel arbeiders uit de directe omgeving ingehuurd die voor die tijd goed betaald kregen. Materiaal werd per  spoor en over water aangevoerd. Bij Steenwijk werd een aftakking van het bestaande spoor gemaakt. Dit werd ook wel de Tom Poes lijn genoemd naar de toenmalige NSB burgemeester van Meppel een kortgedrongen mannetje die ook wel Tom Poes werd genoemd. Verspreid over het veld lagen smalspoorbaantjes voor het verdere vervoer van goederen en materieel over het veld. Deze rail kon daar een paar personen worden verplaatst naar elke gewenste locatie. Ook werd veel materiaal aangevoerd via de Drentse Hoofdvaart. Op het hoogtepunt van de bouw waren er zo’n 4000 arbeiders werkzaam. Dit waren vrijwilligers, mensen uit de arbeitseinsatz, te werkgestelde en gevangenen uit Veenhuizen en joden die verbleven in de Jodenbarak nabij de huidige locatie van het Hunehuis en de hunebedden.
Op het veld werden verschillende hangars gebouwd. Tegenover de uitgang van de huidige Johannes Postkazerne stond tegenover de genieput een hangar die afkomstig was van een vliegveld op Texel, de zogenaamde Texelhalle. De fundamenten daarvan zijn nog terug te vinden. Er werd begonnen met de bouw van een startbaan die van west naar oost liep. Deze was 1400 meter lang en 80 meter breed en bestond uit 7,8 miljoen dubbele straatklinkers. Het hele veld was goed gedraineerd. De drainageputten zijn nog her en der in het terrein terug te vinden. Nadat de geallieerden het initiatief hadden overgenomen zagen de Duitsers het belang van een vliegveld in Havelte in. Havelte dichtte het gat tussen Leeuwarden en Twente.
Het veld was vooral actief als uitwijkhaven voor Leeuwarden en Twente. 
Rondom het veld was in een driehoek de FLAK gepositioneerd. 
Aan het einde van de oorlog schijnt er zelfs een Me-262 straaljager te zijn geland op Havelte. Deze had problemen en is tijdens de landing door zijn neuswiel gezakt. Deze straaljager werd snel aan de spiedende blikken van voorbijgangers onttrokken en gerepareerd waarna het toestel weer vertrok. Het schijnt later alsnog verongelukt te zijn. Tot de spiedende blikken behoorde ook die van verzetsman Jan Poortman uit De Wijk. Met zijn camera nam hij honderden foto’s en werkte deze uit op tekening. Deze werden richting Engeland gezonden. Deze hele collectie schijnt nu ergens bij een particulier in een schuur te staan en daarbij langzaam te vergaan wat natuurlijk eeuwig zonde is.
Tegen het einde van de oorlog zijn er een aantal zware bombardementen uitgevoerd op het veld. Op 
17 september 1944 voerde 26 Lancaster bommenwerpers van de RAF een zwaar bombardement uit in het kader van Operatie Market Garden. Hierna slaagde de Duitsers er met man en macht in om het veld nog weer grotendeels te herstellen. Op 24 maart 1945 voerde meer dan honderd B-17 Vliegende Forten van de USAAF een bombardement uit die het einde van het vliegveld betekende. Nabij het veld zijn ook een aantal geallieerde vliegtuigen neergestort. Op 8 mei 1944 is er aan de Eursinger-es een terugkerende aangeschoten B-17 neergestort waarbij alle 10 bemanningsleden zijn omgekomen. Het vliegtuig probeerde nog een noodlanding te maken op het vliegveld Havelte maar werd daarbij door de FLAK zwaar beschoten. Op 15 augustus 1944 werd de P-38 Lightning van luitenant J.L. Wallace bij Havelte neergehaald. Een tweede P-38 stortte daarbij neer nabij Zuidwolde.
Op 7 april 1945 voerde twee Spitfires van het Franse 345sq een aanval uit op het veld. Hierbij werd het toestel van de 24 jarige Franse luitenant baron François Roland Marie Fidele Picot de Moras 
D’ Aligny neergeschoten die daarbij om het leven kwam. Een eenvoudig monument aan de Van Helomaweg in Havelte herinnert hier nog aan.
Aan het eind van de oorlog werden de restanten van het vliegveld zorgvuldig opgeblazen. Een aantal vliegtuigwrakken bleef achter op het vliegveld.
Na de oorlog werd besloten het veld niet meer op te bouwen. De overgebleven restanten werden geruimd.
Tussen 1989 en 1993 werd in verband met de nieuwbouw van de wijk Meerwijk het terrein zorgvuldig gesaneerd door de EOD waarbij grote hoeveelheden munitie onschadelijk werd gemaakt. Nog steeds wordt er munitie aangetroffen op locaties die minder zorgvuldig zijn onderzocht. 
Wie meer wil weten wordt aangeraden eens een bezoek te brengen aan het museum van Jelle Kootstra de schaapsherder die woonachtig is aan de Holtingerweg in Havelte.

Patric bedankt voor je boeiende verhaal.

Alex Knoops, AC KNVOL Regio Noord


Lezing Dutch Paris Escape Line door Maarten Eliasar woensdagavond 13 -02-2019

Een lezing over een Escape Line in de tweede wereldoorlog waarover ook in de kringen van de geïnteresseerden en vaste volgers van de lezingen van de KNVOL vrij weinig bekend was. Het al eerder door een der bestuursleden getoonde initiatief om dhr. Maarten Eliasar naar een der regioavonden in het BIC-gebouw van de Vliegbasis Leeuwarden te halen slaagde uiteindelijk dan ook op deze woensdagavond de dertiende februari 2019. In de korte inleiding vertelde de sympathieke en gepensioneerde oud huisarts uit Amsterdam zijn verhaal, wat in twee helften zou worden onderverdeeld. Want naast een eerste deel wat zich veelal zou gaan toeleggen op de door Dutch Paris uitgevoerde pilotenhulp zou het na de pauze een vooral zeer menselijk en persoonlijk verhaal gaan worden waarin zowel vader Andre en de grootvader van de gastspreker Simon het onderwerp van dit soms ook menselijke drama zouden gaan worden. 


Centraal stond vanaf het begin namelijk het thema ‘’ Wat zou jij doen als er een vluchteling bij je aan zou kloppen’’? Een wel zeer sterk thema wat eigenlijk op dit moment nog steeds van toepassing is op vele ontheemden zoals het in de donkere jaren van bezetting tussen eind 1939 tot aan het einde van WO2 in mei 1945 ook van toepassing was op de door de gastspreker besproken doelgroep.

Het verhaal van Dutch Paris met Jean Henri Weidner aan het hoofd is naast de in de lezing tevens naar voren gebrachte Comet Line met Andree De Jongh, die de bijnaam De Kleine Wervelwind meekreeg het menselijke verhaal van diegenen die het grootste respect verdienen en daarmee ook vaak het grootste offer brachten. Mensen helpen met je hart, vanuit je diepste overtuiging tegen onrecht (vrijwel) ongewapend in een groep van ongeveer 300 medewerkers die zo’n 3000 mensen hielpen waarop de toenmalige Duitse bezetter jacht op kon maken. Hieronder zaten de doelgroep van Dutch Paris zoals zeer vele Joodse vluchtelingen, Engelandvaarders, verzetsmensen en zeer vele Geallieerde vliegers en militairen. Onder deze Geallieerde vliegers zaten grote namen als Harry Guyt schuilnaam Henry William Tyrell eerder Mosquito vlieger van No. 608 Squadron RAF en later KLM Captain en de oud Squadron Commandant van No. 322 Dutch Squadron de later tot Squadron Leader (Majoor) bevorderde Bram of Bob van der Stok. Dutch Paris bestond dan ook uit mensen die zoals Eliasar vertelde transnationaal waren met barrières van vier grenzen, 2 bergketens waaronder de tussen Frankrijk en Spanje gelegen hoofdader de Pyreneeën en de Frans-Zwitserse Alpen, vijf munteenheden, vier talen en uiteindelijk zes verschillende bezette gebieden. Onder deze ‘’gewone-helden’’ zoals de Amerikaanse schrijfster met Nederlandse roots Megan Koreman het verhaal over deze ontsnappingslijn het omschreef in het door Eliasar na afloop veelvuldig verkochte boeken zaten Protestanten, Katholieken, Joden maar ook Atheïsten.  Zij brachten als medewerkers en helpers van deze Escape Line maar ook als passeurs ongeveer 72 vliegers (namen bekend) over grenzen en bergketens veelal via Brussel en Parijs (station Gare du Nord) richting Toulouse waar groepen werden verzameld richting de Pyreneeën en daarmee naar Spanje. Vaak voor vliegers de route naar Gibraltar en of door naar Lissabon en dan naar Bristol. Uit de andere groepen kwamen nog eens ruim 3000 mensen, onderverdeeld in 1500 onderduikers uit België en Frankrijk en nog eens ruim 1500 ontsnapten uit de overige bezette gebieden. Het verhaal en de zeer goed toegelichte lezing werd na de pauze vervolgd met het verhaal van zowel de vader van Meneer Eliasar Andre en zijn Opa Simon.

Waar de vader van spreker Maarten het wel zou redden om uiteindelijk te overleven kwam zijn Opa door verraad uiteindelijk opnieuw in Duitse handen. Met het vertonen van het beeld met daarop O.Z.O. wat staat voor Oranje Zal Overwinnen zullen naast de naam van deze Eliasar telg ook de namen van Jean Cartier, Louis Segers, Paul Rey en Jean Linschoten met respect worden uitgesproken. Vele waren schuilnamen waaronder Weidner, eigenlijk Johan Hendrik Weider, zijn werk deed voor de vrijheid van velen. Hij werd dan ook in september 1943 door de Nederlandse regering in ballingschap in Londen benoemd tot ‘’onze man in Frankrijk’’. Ook een passend maar terecht eerbetoon aan de ruim 150 medewerkers/sters van Dutch Paris waaronder ook Weidners zus Gabrielle die door o.a. verraad werden gearresteerd en hiervoor uiteindelijk het allerhoogste offer brachten.

Hiermee kwam na een aantal prachtige maar zeer boeiende uren een einde aan een prachtig eerbetoon over deze Escape Line door dhr. Eliasar voor de regio Noord die daarmee terecht erkenning gaf aan een textielhandelaar die in 1912 werd geboren uit Nederlandse ouders in Brussel als zoon van een predikant een zevendedagsadventist en zijn familieleden. Na de prachtige slotwoorden van de scheidend Voorzitter Stavast en het aanbieden van de haast gebruikelijke mand met bakkersproducten aan de spreker door Bestuurslid Hille Oppedijk was deze prachtige avond ten einde. Kortom zoals Maarten Eliasar schreef bij de signering van een der boeken mede als Europees bruggenhoofd of contactpersoon tussen uitgeverij en schrijfster Megan:‘’In elk huis huist een gewone held’’

Hille Oppedijk 15-02-2019.

Lezing Overste b.d. Dirk A de Paus tijdens de Nieuwjaarsreceptie Regio Noord op 31 januari 2019      

Op deze donderdagavond werd door een groot aantal leden met een openingswoord van scheidend Voorzitter Rob Stavast het jaar 2019 geopend met niet alleen een toast op het nieuwe jaar maar was er ook gepast respect voor die leden of familie daarvan die ons in 2018 waren ontvallen. Na een korte inleiding werd uiteindelijk het woord gegeven aan de gastspreker van deze avond de uit het Groningse Vierhuizen afkomstige Overste of LtKol. b.d. Dirk A. de Paus. Een lezing die zou worden uitgesplitst in twee delen namelijk in Kind van de Koude Oorlogen een deel dat het verband legde tussen de invoering van de tegenhanger van de F-111 de Sukhoi SU24 Fencer.
De Paus, die in 1950 werd geboren, droeg zijn eerste deel van zijn verhaal en voorafgaande aan de eigenlijke lezing dan ook terecht op aan twee oud-collega’s die tijdens het vergaren van inlichtingen- materiaal moedwillig en daarmee met een bewuste reden op 22 maart 1984 om het leven waren gekomen (gebracht) door toedoen van zowel de Stasi en de Russen. Dit waren de Adjudant-Chef Philippe Mariotti van de French Military Mission en de Majoor van het US-Army Arthur Nicholson toen zij een nieuw type Russische T-80 tank probeerde te fotograferen. Door toedoen van oud Whiskey Four vlieger Henk van Dommelen kwam De Paus tijdens zijn administratieve plaatsing in Canada met enig geluk en door interesse voor het eerst in aanraking met het inlichtingen werk.
Via een terugplaatsing naar Nederland kwam hij uiteindelijk bij het opgeheven 316 Squadron op Gilze Rijen en een latere plaatsing in Duitsland op het Head Quarter AAFCE (Allied Air Force Central Europe) op Ramstein terecht. Het vuur werd aangewakkerd om het communisme nog meer een halt te doen toeroepen tijdens een plaatsing op de NBC School (Nucleair- Biologisch-Chemisch) na de vertoning van de live beelden van de beruchte ‘’Praagse Lente in 1968’’. In 1981 kreeg De Paus de kans om te worden overgeplaatst als KLu militair om zich vooral in het westelijk gedeelte van Polen te gaan bezighouden als medewerker van de Nederlandse Ambassade met het verzamelen van inlichtingen rond vooral Sovjet vliegvelden en oefenterreinen en o.a. radarstations. Na een gedegen cursus Pools en een uitgebreide fotografieopleiding voor het werken met Leica en Nikon camera’s met lenzenstelsel van de latere zeer bekende KLu fotograaf Arie Kraak, was De Paus gedurende de jaren van de Russische bezetting van Polen in dat land werkzaam. Als een soort van spotter zoals hij het noemde was het in het veld altijd oppassen geblazen want als men werd gepakt, was men op en rond Russische vliegvelden en overige militaire objecten ‘’vogelvrij’’. Het werk in samenwerking met de LUID of toenmalige Luchtmacht Inlichtingen Dienst leverde goede Radio Telephony  Intercepts op in Nederland bij de toenmalige Luisterdienst. De Paus en zijn collega’s dwongen ook nog eens respect af van andere Navo collega’s over vooral de gefotografeerde Fencers zoals die na vooraf al verkregen inlichtingen al werden gehoord, gezien en gefotografeerd werden bij de velden Szprotawa, Zagan  en nog een veld in West Polen. Na een lange pauze kwamen zaken aan bod als zoals De Paus het omschreef als Warschau Pact Order of Battle, wat voor de KLu en haar squadrons van belang was voor de slagkracht van dit opgeheven Pact, het dienstbaar maken en beschikbaar stellen van inlichtingen aan plannenmakers en de gebruikers hiervan. Lees vooral de squadrons, ‘’De Lange Lunch’’, het ‘’Circus” bij SHAPE (Supreme Headquarters Allied Powers in Europe) dat zetelt in Mons, België en de misrekening of misvatting van de oud-Minister van Defensie van de VS Caspar Weinberger over de bij de Russen in gebruik zijnde (te grote) hoeveelheid Fencers. 
Aan het einde van de presentatie van De Paus werden er na het stellen van de vaak vakgerichte en vragen de gebruikelijke oorkonde en boekenbon aangeboden door Voorzitter Stavast. Met een terecht applaus werd dan ook afscheid genomen van De Paus, die voor deze gelegenheid zijn vrouw ook had meegenomen naar het BIC in Leeuwarden.

Hille Oppedijk

Emeritus-Hoogleraar Duco Hellemain Leeuwarden op 21 november over de reis van Hr.Ms. Karel Doorman naar Nieuw-Guinea.  


Voor een sterk geïnteresseerde groep toehoorders, liet professor Hellema geen kans onbenut om een goed verhaal over de Karel Doorman te vertellen.  Niet alleen het verhaal van het vliegdekschip, maar ook de relatie met de destijds politieke situatie in Den Haag.  Zijn verhaal gaat over een eskaderreis die ruim zeven maanden zou duren waarin ruim 47.600 mijl worden afgelegd. De Karel Doorman vertrok met aan boord ongeveer 1300 bemanningsleden waaronder een volledige groep grondpersoneel voor de Hunters. De reis van het Smaldeel V, samengesteld uit de oppervlakteschepen de tanker Mijdrecht die door van Ommeren zou worden verhuurd voor deze te maken reis aan de Koninklijke Marine met als escorteschepen voor dit vlootverband de jagers Hr.Ms. Limburg en Groningen die zich pas na vertrek van de Karel Doorman uit de haven van Rotterdam in het Kanaal bij het vliegkampschip zouden gaan voegen, zouden het Smaldeel gaan completeren. De begeleidende olietanker was noodzakelijk gebleken omdat vele landen weigerden hulp aan het smaldeel te verlenen. De reis naar Nieuw-Guinea was naar buiten toe, bekend gemaakt als vlagvertoon onderweg. Dit ‘’Buitenlands Vlagvertoon’’ was echter door de Nederlandse regering toch bedoeld om met haar, in gedemonteerde vorm aan boord gebrachte, 12 Hawker Hunters van 322 Squadron, tien Hawker Sea Hawks (veelal aan boord als carrier CAP=Combact Air Patrol) acht Grumman Avengers en twee Sikorsky S-55 helikopters  voorbestemd om de laatste belangen te gaan verdedigen van Nederlands laatste Rijksdeel Nieuw Guinea. Tevens waren er voor latere SAR-taken nog twee Alouette II helikopters aan boord gebracht. Professor Hellema sprak ook over aan boord gebrachte kisten die werden verkregen in het kader van ‘Forgein Military Sales ‘of MDAP-materieel wat aan boord kwam in het kader van Amerikaanse militaire steun aan Nederland en ons ook kennis laten maken met de gevoerde Amerikaanse (rol State Department of Ministerie van Buitenlandse Zaken) en van andere buitenlandse regeringen in het kader van deze reis. De vertrekdatum van de reis was gepland op 31 mei 1960 maar wegens te verwachten protesten koos de Karel Doorman een dag eerder vanuit Rotterdam het ruime sop. De reis zou gaan langs o.a. Las Palmas op Mallorca, en verder langs landen als het toenmalige Britse Mauritius, Fremantle in Australië naar Biak (de marinehaven) met het uiteindelijke doel de haven van Hollandia op het voormalige Nederlandse Nieuw-Guinea. Biak beschikte niet over een goed vliegveld voor de meegebrachte Hunters. Onderweg werd de Karel Doorman in Mauritius ook nog geconfronteerd met een door de vakbonden van zeelieden, opgeroepen staking.
Met de aankomst van de Karel Doorman en zijn kisten zouden de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Indonesië, het voormalige Nederlands-Indië vooreerst worden verbroken….
Eind oktober begint de terugreis niet via een directe route langs Indonesië maar via Australië waar Sydney en Auckland zouden worden aangedaan, Rio de Janeiro in Brazilië en langs Portugal om uiteindelijk zeven maanden na vertrek weer in Rotterdam terug te kunnen keren.
Deze reis zou eventueel nog via Japan zijn gegaan maar dat liep op een politieke misser uit. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns heeft zich daarover erg boos gemaakt.
Tenslotte kon men vaststellen dat de reis met de Karel Doorman een hoogte punt uit zijn bestaan is geweest. Uiteindelijk viel de taak van de Karel Doorman voor de onderzeeboot bestrijding weg. 
De marine besloot die taak over te dragen aan Orion’s en later de Neptunes. In 1968 waren er twee heftige branden aan boord en uiteindelijk verkocht aan Argentinië, bedoeld als opleidingscentrum. Daar werd hij in 1998 buiten dienst gesteld en verkocht aan een scheepssloperij in India.
Deze avond werd door Rob Stavast afgesloten met het overhandigen van een oorkonde en een boekenbon. Ons bestuurslid Hille Oppedijk overhandigde de professor een mand met brood producten uit de streek, dit vanwege het feit dat de professor van een Fries bakkersgeslacht stamt.

Hans Mijnheer, secretaris KNVOL-regio Noord

Hille Oppedijk overhandigt een mand met Friese producten aan Professor Hellema

Hoe vliegt een Spitfire en hoe is zijn techniek
Met deze titel werden de leden van de Regio Noord 15 november 2018 naar het Vliegveld Hoogeveen gelokt. Een grote opkomst bleek toch nog mogelijk. Vele leden hadden zich direct bij het secretariaat van de Regio aangemeld. Jack van Egmond was de inleider. Hij ging uitvoerig in op de problematiek van de Spitfire en hoe daar mee om te gaan. Bij het warm draaien moesten enkele personen op de staartvlakken gaan zitten want bij een hoog toerental en met blokken voor de wielen, bestond de kans dat het toestel direct voorover dook. Jack heeft een Spitfire gerestaureerd. Onderdelen kwamen uit de hele wereld. Na vele prachtige foto’s ging hij naar zijn huidig stokpaardje. Het nabouwen van een Fokker D-21. Op zijn 14ejaar was Jack al in alles wat met vliegtuigen en vliegen te maken had, sterk geïnteresseerd. Op zijn 70stebesloot hij nadat hij vele bouwtekeningen had gevonden, een Fokker D-21 na te bouwen. Momenteel is hij hiermee erg ver gekomen. Hij hoop in de zomer van 2019 met dit toestel zelf te kunnen starten. Op de vertoonde plaatjes stond het nummer 229 vermeld. Dit als hommage aan het originele toestel dat in de meidagen 1940 boven de Haarlemmermeer was neergeschoten. Uiteindelijk heeft Defensie hem toestemming voor het voeren van dit bijzondere nummer gegeven. Zeer interessant was hoe hij aan de onderdelen wist te komen. Van Denemarken tot de USA. Jack bleek een meesterlijke verteller te zijn. Het gehoor hing aan zijn lippen en af en toe sloeg hij ook een kwinkslag. Dit was de tweede keer dat Regio Noord een bijeenkomst in Hoogeveen is gehouden. Het is als proef begonnen maar het blijkt wel degelijk aan te slaan. Ook enkele leden uit Friesland hebben de weg naar Hoogeveen gevonden. Een van de introducés besloot zich spontaan als lid aan te melden. De koffie en het appelgebak hebben we ons allemaal laten smaken.

Hans Mijnheer, secretaris KNVOL-regio-Noord

Jack van Egmond bij de vleugel van de Fokker D21

Bezoek vliegbasis Wittmund
Op 26 september zijn 35 leden van de Regio Noord per bus op bezoek gegaan bij het ‘Tactisch Geschwader G71 von Richthofen’. Zij werden door de Oberstfeldwebel Akki Dirks op de kazerne voor het personeel welkom geheten. Natuurlijk moest er worden afgesproken waar en hoe gefotografeerd mocht worden. In de bus werd dit al aan de leden duidelijk gemaakt. Ook op de Duitse vliegbasis gelden dezelfde veiligheidsregels als bij de KLu. Akki Dirks liet ons zien hoe het Geschwader tot stand was gekomen. In het museum op het vliegveld kregen we een goede indruk over de geschiedenis van Von Richthofen. Het was wel jammer dat er wat eerder was besloten dat er deze dag niet kon worden gevlogen. Bij de leden was er een complete fotowinkel aan materiaal meegenomen en dan is het voor hen jammer dat het beperkt kan worden gebruikt. Na het welkomstwoord hebben we het grootste opleidingscentrum van Noord Duitsland bezocht. Dit centrum wordt beheerd door de Bundeswehr. De opleiding: a. ‘elektroniker’ voor apparaten en installatie en b. ‘elektroniker’ voor IT-systemen en apparaten. Iedereen met een goede vooropleiding wordt in opleiding genomen en er vooraf niet vastgelegd dat met daardoor ook automatisch bij de Bundeswehr moet blijven. Een geweldige technische ruimte met veel lesmateriaal staat daar ter beschikking. Met de bus van de Bundeswehr werden we naar het vliegveld gebracht. Dit draagt de naam van ‘Luftfahrtstützpunkt Wittmundhafen’. Hier werd voor ons een lunch geserveerd. Daarna opnieuw in de B-Bus om naar het museum van de basis te rijden. Een ME109, een F86, een F104 en o.a. een Falcon waren daar tentoongesteld. Hier mochten de leden ook naar hartenlust fotograferen. Akki Dirks nam ons vervolgens mee naar een technisch onderhoud hangar waar een Eurofighter stond. Hier kregen we een fantastische uitleg over systemen en mogelijkheden van de Eurofighter. Tot grote verrassing mochten we daar volop fotograferen en daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Daarna terug naar het personeelsgebouw waar onze eigen bus gereedstond. Op uitvoerige manier hebben wij van Akki Dirks afscheid genomen. Als dank werd hem een boek van de eigen luchtmacht, een oorkonde en een schildje van onze KNVOL aangeboden. Deze geschenken werden in dank aangenomen. Ook onze eigen leden vonden het zeer passend. Jammer toch dat aan deze dag toch een eind moest komen. Onderweg heeft onze secretaris met klem bij de leden erop aangedrongen dat wij een activiteiten commissie willen vormen. Ook de aanstaande evenementen in Hoogeveen werden onder de aandacht gebracht. Een bijzondere dag voor onze leden was het beslist.

Hans Mijnheer, secretaris Regio KNVOL-regio Noord

Lezing Majoor vlieger b.d. Gerrit Jacobs,
Majoor –vlieger b.d. Gerrit Jacobs een zeer bekende Luchtmacht vlieger uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw hield op donderdagavond 24 mei 2018 een lezing in het BIC-gebouw van de Vliegbasis Leeuwarden. Een prachtige aaneenschakeling van anekdotes verteld in een ruim twee uren durend verhaal door deze nog altijd zeer kwieke en krasse 86-jarige oude vlieger, geboren als oudste kind uit een arbeidersgezin van 8 kinderen in 1931 in het Noord Limburgse Venray. Het optreden en het vertellen van de vele verhalen begon zoals Sinterklaas binnenkomt op pakjesavond met een klop de deur gehuld in zijn volledige vliegeruitrusting met helm, vliegeroverall, jack met anti G-suit. Na in zijn vroegste jeugd misdienaar te zijn geweest, en enige tijd het Priester Seminarie te hebben gevolgd, volgde de toenmalige Mulo en vanaf 1951 de Luchtmacht. Jacobs kwam zoals hij met zeer veel aandacht en enthousiasme vertelde vervroegd bij de Luchtmacht in dienst voor de beroepskeuring die toentertijd plaatsvond aan de Brasserskade in Delft. Na zijn tijd als rekruut op de Brakenhoff in Nijmegen begon hij aan de vliegeropleiding in 1952, die van de bekende De Havilland Tiger Moth zou gaan naar de kist met het dowty onderstel of de kist met de geknikte knieën de Fokker S-11 die daarna een vervolg kreeg op de Harvard. Na door de watersnoodramp in Zeeland in 1953 twee maanden achterstand te hebben opgelopen in zijn opleiding als vlieger resulteerde het jaar 1954 niet alleen in brevettering op 1 mei 1954, maar ook in het huwelijk treden met zijn echtgenote. Zijn vrouw had hem overigens zien staan in een etalage met een portretfoto als leerling-vlieger op Woensdrecht in Bergen op Zoom, een rake match zoals Jacobs enthousiast zou vertellen aan zijn aandachtige publiek. Na de brevettering zou het van Twente, waar Jacobs de Meteor T7 als trainer de dual versie vloog en de T4 een plaatsing op de voormalige Bakermat van de KLu Soesterberg worden. Op Soesterberg werd de jonge vlieger geplaatst bij het voormalige 327 Squadron waar hij te maken kreeg met U.T.B. of Uit Ten Bogaard als Commandant. Na zijn Meteor tijd bij dit zeer beroemde squadron kwam Jacobs terecht bij het 701 Squadron op de voormalige Vliegbasis Twente. Op dit oud KLu veld vloog hij de beroemde F-86 K of Kaasjager zoals de kist werd genoemd. Op deze kist was Jacobs tevens testvlieger, en kreeg hij ook te maken met de meest serieuze kant van het jachtvliegen ’binnenkomen’ met onweer wat zowat een bijna dodelijke crash zou opleveren, waarbij zoals Jacobs vertelde er weer de nodige beschermengeltjes op mijn schouder zaten. Na deze prachtige kist volgde de Fokker straaltrainer de Fokker S-14, die mede bekendheid kreeg door de Fries Gerben Sonderman, die helaas met dit type toestel in de Verenigde Staten zou verongelukken. Met een vervolg bij het opgeheven Nederlands meest bekende demonstratieteam Whiskey Four waarvoor hij 15 maal vloog in 1964, volgden er met zijn latere benoeming tot officier nog een groot aantal plaatsingen in zowel binnen als buitenland. Hij werd Basis testvlieger op de
T-33; in 1974 Kapitein geworden met een plaatsing op CFB Moose Jaw in Saskatchewan in Canada op de Tutor, met daarna plaatsingen bij de toenmalige Rijks Luchtvaart School op Eelde waarvoor hij namens de KLu twaalf jaar Instructeur was om ook nog op Gilze Rijen Piper Cub en S-11 te vliegen als Vluchtcommandant en als Instructor Pilot. Voordat zijn carrière stopte, als actief vlieger in 2015 was Jacobs tevens nog Range Officier en in België actief op de Fouga Magister in de tijd dat Nederland en België de opleiding tot jachtvlieger gezamenlijk deden. Met ruim 23.000 vlieguren , waarvan 7000 als instructeur met tevens ook nog ruime bestuurlijke ervaring zullen ook deze verhalen een kenmerkende eenheid gaan vormen en een plaats gaan krijgen in het boek dat Jacobs aan het schrijven is over zijn gehele vlieger loopbaan wat naar alle waarschijnlijkheid aan het einde van dit jaar zal gaan uitkomen. Na ruim twee uren praten voor een aandachtig gehoor, een van zijn oud-leerlingen was tevens aanwezig als gast mevrouw Gitta Brandsma met haar dochter, bedankte de voorzitter van Regio Noord Rob Stavast onze gastspreker voor zijn presentatie.

Hille Oppedijk

Presentatie historicus Theo Boiten
Op de regioavond van 22 februari presenteerde historicus Theo Boiten zijn nieuwe boek The Nagtjagd Combat Archive. Dit eerste deel van een standaardwerk over nachtelijke luchtoorlog in WOII, is het resultaat van jarenlang onderzoek naar de operationele geschiedenis WOII van de Duitse Nachtjagd en de luchtafweer tegen de RAF Bomber Command. Aan de hand van uniek foto- en archiefmateriaal gaf de heer Boiten een onthutsende weergave van de verliezen aan Geallieerde zijde en de eenheden van Duitse zijde die hiervoor verantwoordelijk waren tijdens de luchtstrijd boven onder andere het noordelijk deel van Nederland. Zijn onderzoek heeft zich in belangrijke mate gericht op het vergelijken van de gegevens van Duitse en Geallieerde zijde. Na afloop werden de leden in de gelegenheid gesteld een door Boiten gesigneerd boek aan te schaffen. Ter ondersteuning van der lezing heeft regiolid Jan van Os een aantal van zijn Nachtjagd vliegtuigmodellen tentoongesteld.

Presentatie Netherlands Air Cadets & Bluelife Aviation
Feitelijk was het een duo optreden op woensdagavond 12 oktober 2017 op de Vliegbasis Leeuwarden. De jeugdige Air Cadet Desiré van Dolderen en de luchtvaartfotograaf Frank Crebas, beiden leden van de regio Noord, gaven hier hun presentatie tijdens de goedbezochte regioavond.

Voor Desiré was het nagenoeg een thuiswedstrijd. Zij doet de opleiding Veiligheid en Vakmanschap bij de ROC Friese Poort om binnenkort bij de Koninklijke Luchtmacht te kunnen solliciteren. Met veel enthousiasme wist zij een bondige uitleg te geven over de activiteiten van NLAC. Vooral haar recente ervaring tijdens de International Air Cadet Exchange wist ze de veelal wat oudere leden te boeien. Afgelopen zomer had zij van 19 juli tot 2 augustus met zes andere NLAC-leden aan het uitwisselingsprogramma deelgenomen, dat jaarlijks wordt georganiseerd door de KNVvL en de KLu. Hier ontmoette zij deelnemers van verschillende nationaliteiten. Desiré had gekozen voor dit evenement bij de zusterorganisatie Royal Canadian Air Cadets. En aldaar beleefden de Nederlandse Air Cadets gedurende twee weken een onvergetelijk programma vanuit Halifax/Shearwater Heliport langs interessante locaties. Zie: https://www.iacea.com/programmes/canada-2017

Het verhaal van Frank Crebas was van geheel andere orde. Geen vliegercarrière bij de luchtmacht had hij voor ogen gehad. Maar het aantal keren, dat hij met vele soorten jachtvliegtuigen van verschillende luchtmacht organisaties had mee gevlogen, brachten hem wel erg dichtbij de ridders van het luchtruim. In zijn geval was het fototoestel het wapen, waarmee hij fraaie foto’s van vele vliegmachines had weten te schieten. Het was het verhaal van ver tevoren gemaakte afspraken en vluchtvoorbereidingen alsof het een filmscript was. Ook moest hij keuringen en zelfs dinghy drills ondergaan om de lucht in te mogen gaan. Essentieel waren de gedegen briefings met de vliegers om vanuit de meest buitengewone posities in cockpit of laadruim, met de juiste lichtval zonder hinderlijke reflecties, de fraaiste beelden te kunnen maken. Menig resultaat van zijn hand is terug te vinden in tijdschriften en vakliteratuur. Frank is een van de teamleden en oprichter van het mediabedrijf Bluelife Aviation met de website http://bluelifeaviation.com waar het fotografisch werk van hem is te bewonderen.

Rob Stavast

Lezing Vliegveld Bergen
Donderdagavond 15 juni 2017 gaf historisch onderzoeker Hans Nauta een lezing over het westelijk van Alkmaar gelegen Vliegveld Bergen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De leerrijke presentatie gaf aan de hand van het vele, originele beeldmateriaal een goed beeld van de periode 1940 tot 1945. Vanwege de heersende oorlogsdreiging was dit vliegveld in juli 1939 door de Nederlandse luchtmacht in gebruik genomen. Op 10 mei 1940 bombardeerden Duitse jagers en bommenwerpers de hangars en het platform, waarbij enkele Fokker G1’s verkenningstoestellen werden vernield. Daarna nam de Luftwaffe het vliegveld in gebruik voor operationele taken van dag- en nachtjagers. Daarnaast was het een uitwijkbasis van het Vliegveld Leeuwarden. Na de opmars van de geallieerden in juni 1944 maakte de Duitsers het vliegveld onklaar voor gebruik. Desondanks werd het veld in mei 1945 gebruikt voor omvangrijke voedseldroppings. Na de bevrijding is Bergen nooit meer als vliegveld gebruikt.

Rob Stavast

Vliegbasis Eindhoven
Op woensdag 10 mei 2017 zijn 35 leden van de regio Noord op bezoek geweest bij de Vliegbasis Eindhoven. Zij werden ontvangen door Hans van Haaften, ere-voorzitter van de regio NB/NL, die tot aller verrassing de verantwoordelijkheid van de rondleiding op zich had genomen. Na het welkom door de basisleiding gaf Van Haaften een presentatie over het ontstaan, verleden, heden en toekomst van de basis en vooral van de huidige twee squadrons.

Daarna vertelde Elt D. Peeters over de vele missies van het 336 squadron met de Hercules. Na de lunch is tijdens een rondrit op de basis het gedenkteken van de slachtoffers van de Herculesramp bezocht. Als laatste werd op het platform een groepsfoto gemaakt met op de achtergrond de Gulfstream en de Dornier van de Kustwacht. De dank voor dit prachtige bezoek gaat vooral uit naar het voortreffelijke gastheerschap van Hans van Haaften en de Sectie Communicatie van de Vliegbasis Eindhoven.

Tekst: Jan Veldkamp Foto: Ronald Wieringa

[Verslag regioavond 17 maart 2016 – Regio Noord]

Lezing Joost Luijsterburg

De regioavond van 17 maart ving aan met de jaarlijkse ledenvergadering van Regio Noord. Daarna was het woord aan luitenant-kolonel-vlieger Joost Luijsterburg. Behalve senior stafofficier bij de Directie Operaties van het Ministerie van Defensie in Den Haag is hij ook nog operationeel F-16-vlieger én gepassioneerd parachutist. Deze avond nam hij de leden van Regio Noord mee door zijn vliegercarrière en zijn parachutepassie aan de hand van een doorlopende presentatie opgebouwd uit 350 foto’s. De grote gemene deler van de foto’s: de overste had de foto’s zelf genomen, óf hij was er op te zien.

Zoals veel KLu-vliegers vulde ook Luijsterburg als zeventienjarige havo-leerling een bonnetje uit de Veronicagids in om zich aan te melden voor de selectie. Hij werd echter afgekeurd. Bij de Marineluchtvaartdienst, waar hij zich ook had aangemeld, werd hij wél aangenomen. Hij kwam daar tot zijn ongenoegen als onderofficier achterin een Orion te zitten. Teleurgesteld verliet hij de Marine: hij wilde immers vliegen. En dus ging hij eerst terug naar de schoolbanken om het vwo af te ronden. Toen hij het twee jaar later nogmaals probeerde bij de Luchtmacht, was het wel raak.

Ondertussen was hij ook begonnen met parachutespringen. Tijdens zijn vliegeropleiding in Nederland en de VS bleef hij dat doen. Uit die tijd stammen ook de eerste anekdotes, waarmee Luijsterburgs verhaal was doorspekt. Bijvoorbeeld van die keer waarop hij tijdens zijn vliegeropleiding op Sheppard Air Force Base in Texas met een groep bij Whichita Falls sprong die tijdens de vrije val een broodje hamburger (wel eentje zónder ketchup!) ronddeelde.

Na afronding van zijn F-16-opleiding in Tucson, Arizona, kwam hij eerst terecht bij 316 Squadron op Eindhoven voor zijn theaterconversie. Vanaf 1992 vloog Luijsterburg bij 323 TACTES Squadron op Leeuwarden, het squadron waar hij met een onderbreking van twee jaar zou blijven vliegen tot 2007. In 1996 volgde hij de opleiding tot wapeninstructeur (WI) DWIC (Dutch Weapons Instructor Course), waarna hij nog eens zeven DWIC- en FWIT-cursussen draaide als WI, drie daarvan als supervisor.

Van 1998 tot 2000 was hij uitwisselingsvlieger hij de US Air Force, waar hij F-16C Block 40’s vloog op Moody Air Force Base. Zijn eenheid was gespecialiseerd in Combat Search and Rescue (CSAR), wat hem volgens eigen zeggen veel nieuwe ervaringen opleverde. In die tijd kon het ook gebeuren dat hij zijn weekend als volgt invulde. Op vrijdag vloog hij naar een andere basis waar ‘zijn’ F-16 in de static show kwam te staan. Op zaterdag was hij dan aanwezig op de open dag; en op zondag ging hij op een lokaal veldje parachutespringen. Op maandag vloog hij zijn kist dan weer netjes terug naar Moody…

Ook vanaf het moment dat Luijsterburg op Leeuwarden vloog was hij daarnaast volop bezig met paraspringen, waaronder vrije val-formatiespringen, camerasprongen – om filmbeelden in de lucht te maken – en formatiespringen met geopende chute. Ook nam hij met een team deel aan een WK in Indonesië, waar ze van de niet-professionele teams als beste eindigden. De overste vertelde ook hoe hij in Mozambique eens de zon zag opkomen tijdens een sprong; die vervolgens weer achter de horizon zag verdwijnen tijdens de decent; en op de grond de zon voor de twee keer binnen tien minuten zag opkomen.

Tijdens zijn tijd op Moody was hij tijdelijk terug in Europa om deel te nemen aan Operatie Allied Force in 1999, waarin hij 31 missies boven Servië vloog. Dat was niet zijn eerste uitzending – zo was hij er al in april 1993 bij toen de KLu F-16’s voor het eerst boven voormalig Joegoslavië opereerden vanaf Villafranca – en ook zeker niet zijn laatste. Tussen 2004 en 2009 was hij bijvoorbeeld vier keer uitgezonden voor operaties boven Afghanistan.

Hij was er in 1999 ook bij toen in Thailand een recordpoging werd gedaan om met 300 man een vrije val te maken in formatie. Dat gebeurde vanaf 24.000 voet, waarbij met zuurstof werd gesprongen uit vijf Thaise C-130’s. Uiteindelijk lukte het om het record met 282 man te verbeteren. Nieuwe wereldrecords werden verbroken in 2004 (357 man) en 2006 (400 man) en alle keren was Luijsterburg erbij. Dat laatste record staat overigens nog steeds. Hij belichtte ook enkele andere hoogtepunten uit zijn springcarrière, waaronder een nachtelijke HAHO (High Altitude, High Opening)-sprong met leden van het Korps Commando Troepen en de sprong die hij voor KiKa (Kinderen Kankervrij) maakte uit de luchtballon van de KLu.

Na drie jaar als Ops-officier bij 312 Squadron op Volkel maakte Joost Luijsterburg in 2010 de overstap naar het F-35 Joint Project Office (JPO) in Washington DC, waar hij drie jaar werkte. Ook in die periode sprong hij veel. Na zijn tour bij Directie Operaties in Den Haag volgt binnenkort een posting in Tucson, Arizona, als commandant op het Nederlandse opleidingsdetachement daar. Luijsterburg heeft inmiddels zo’n 3.700 F-16-vlieguren verzameld. Naar verwachting zullen daar in Tucson nog de nodige bijkomen. Overigens bereikte hij zijn 3.000ste vlieguur op de F-16 al op 37-jarige leeftijd, in de rang van kapitein!

Luijsterburg sloot zijn presentatie af met het tonen van enkele adembenemende filmpjes gemaakt tijdens ‘Mountain Gravity’ in Zwitserland, waarbij parachutisten met high-performance chutes laag boven de grond in de bergen afdalen naar het dal. Daarbij wordt een vooraf uitgestippelde route gevolgd over hellingen waarvan de slope gelijk is aan de daalhoek van de parachutes. Deze afdalingen kunnen alleen worden gemaakt door zeer ervaren springers. Volgens Joost Luijsterburg komt zijn ervaring met het laagvliegen in de F-16 overigens goed van pas bij het maken van dit soort afdalingen. En zo kwamen de beide thema’s van deze avond ook op het einde weer mooi samen.

(Kees van der Mark)

[fotobijschrift]

Luitenant-kolonel-vlieger Joost Luijsterburg gaf een lezing over F-16-vliegen én parachutespringen. [Kees van der Mark]

noord_joost-luijsterburg_17mrt2016_40524-c-kees-van-der-mark

[Verslag lezing Regio Noord – 25 februari 2016]

Spitfire

Op 25 februari stond een lezing op het programma van Chris Lorraine, commodore b.d. KLu en op dit moment één van de twee vliegers op de Spitfire Mk.IX van de Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (KLuHV). Lorraine diende zo’n twintig jaar bij de Britse Royal Air Force (RAF) én twintig jaar bij de KLu. Tijdens een tour als uitwisselingsvlieger eind jaren tachtig beviel het de geboren Brit zo goed in Nederland, dat hij besloot zich tot Nederlander te laten naturaliseren en zijn carrière bij de KLu voort te zetten. Hij maakte zo’n 4.500 vlieguren vol op de Jaguar en Hawk bij de RAF en de F-16, Apache en PC-7 bij de KLu. Die laatste bleef hij vliegen tot zijn afscheid in april 2013. Lorraine was onder meer Ops-officier van 306 Squadron, commandant van 315 Squadron, basiscommandant op Soesterberg en directeur van de Militaire Luchtvaartautoriteit (MLA). Naast de Spitfire vliegt Lorraine tegenwoordig onder meer L-39 Albatros vanaf Eelde. Ook is hij vlieginstructeur bij de vliegschool van Martinair op Lelystad en hij vliegt voor de Stichting Hoogvliegers.

De Spitfire Mk.IX van de KLuHV wordt op 25 april 1944 als MK732 afgeleverd aan de RAF, om bij 485 Squadron te gaan vliegen. Daar krijgt het vliegtuig de code OU-Q toegewezen en voorziet Flying Officer H.B.W. Patterson het van de naam ‘Baby Bea V’. Tijdens D-Day op 6 juni 1944 scoort vlieger K.J. MacDonald met dit toestel een gedeelde kill op een Luftwaffe Ju-88, twee dagen later wordt een FW-190 geclaimd. Op 30 september 1944 raakt de Spitfire flink beschadigd tijdens een crashlanding bij Merville in Frankrijk. Na de oorlog wordt de MK732 gerepareerd en in 1946 maakt het deel uit van een serie van 35 Spitfire Mk.IXc’s die de RAF aan de Nederlandse Luchtmacht verkoopt. Daar dient het toestel tot begin jaren vijftig als H-25 bij de Jachtvliegschool op Twenthe en bij 322 Squadron op Twenthe en Soesterberg. Daarna staat de afgedankte Spitfire nog enkele jaren als decoy op Eindhoven. In 1957 ‘ontvoeren’ een stel Britse vliegers het vliegtuig, om het op te knappen en uiteindelijk op RAF Gütersloh in Duitsland bij een officiersmess te plaatsen. In 1970 gaan de restanten van de MK732 dan in opslag op RAF Bicester.

In 1982 ontstaat bij een aantal leden van 322 Squadron het idee om voor het vijftigjarig jubileum in 1993 een Spitfire vliegwaardig te maken die ooit bij het squadron diende. De keuze valt op de MK732 en na bemiddeling van de toenmalige Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL) geeft de RAF in 1983 toestemming. De restauratie blijkt een stuk omslachtiger en kostbaarder dan gedacht en het project komt in het slop, totdat de Dutch Spitfire Group het in 1989 weer oppakt. De restauratie vindt plaats in Nijverdal (motor), Deelen (romp) en het Verenigd Koninkrijk (vleugels). Uiteindelijk vliegt het toestel, gespoten in Nederlandse camouflagekleuren en met zijn oude registratie H-25, weer op 10 juni 1993 vanaf het Britse vliegveld Lydd. Twee dagen later arriveert de Spitfire, nog net op tijd voor het jubileum van 322 Squadron, op Leeuwarden. Het jaar erop vliegt de MK732 mee tijdens een herdenkingsvlucht voor de vijftigste verjaardag van D-Day in Normandië. Voor die gelegenheid draagt het toestel weer de RAF-kleuren en -code OU-Q uit die tijd. Later krijgt de Spitfire zijn naoorlogse zilvergrijze schema met 322 Squadroncode 3W-17 waarin het nog steeds vliegt, aanvankelijk met clipped wings. Eind 2004 krijgt de MK732 weer zijn karakteristieke elliptische vleugeluiteinden terug. Sinds eind 1994 is de Spitfire overigens eigendom van de KLu.

Door de jaren heen is de Spitfire een aantal keren betrokken bij landingsincidenten: in augustus 1995 gaat het mis op het Britse Manston, in mei 1996 op Volkel en tenslotte in september 2007 op Gilze-Rijen. De reparaties kosten veel geld en tijd. Na dat laatste incident vraagt toenmalig C-LSK Jac Jansen aan Chris Lorraine of hij de Spitfire wil gaan vliegen. Lorraine: “Uiteraard wilde ik dat, maar ik heb toen op uitnodiging van de C-LSK ook elf verbeterpunten voorgesteld. Gelukkig zijn die allemaal overgenomen door de luchtmachtleiding.”

Over het landen met de Spitfire zegt Lorraine: “Op zich is dat niet heel moeilijk, maar het vraagt wel veel aandacht. Daar is een aantal redenen voor. Ten eerste zit je met een gigantische 23 liter, 1600 pk en 12 cilinder-motor voor je die het zicht flink belemmert. Verder heeft een vliegtuig met staartwiel het zwaartepunt achter de hoofdwielen liggen, met als gevolg dat de staart naar voren wil als je niet rechtuit over de grond rolt. Bovendien heeft het toestel de neiging om naar links te trekken door het draaien van de prop. En ten slotte is het landinggestel smal omdat de hoofdwielen naar buiten toe inklappen.”

Lorraine leert Spitfire-vliegen op Duxford. “Voor het leren vliegen met een staartwielvliegtuig gebruiken we bij de Historische Vlucht Super Cubs en Harvards. Daarmee heb ik 300 landingen gemaakt. Vooral de Harvard is handig om het vliegen met een zwaar staartwielvliegtuig onder de knie te krijgen. Bij de RAF had ik overigens ook al vijftig uur gevlogen op de Chipmunk, die eveneens een staartwiel heeft.” Na op Duxford twee vluchten met een instructeur te hebben gemaakt in een Harvard, volgen vijf vluchten in een Spitfire tweezitter, met in totaal veertien landingen. Omdat hij al een display-autorisatie had, mag hij daarna een demo vliegen met de Spitfire.

Chris Lorraine vertelde ook uitgebreid over het hachelijke avontuur dat hij op 7 juli 2011 meemaakte, toen hij op de terugweg van de airshow op de Belgische basis Koksijde in de problemen kwam met de Spitfire. “Onderweg naar Gilze-Rijen zou ik direct over Woensdrecht vliegen. Ik vloog op 1500 voet en met 210 knopen toen ik hoorde dat de motor niet helemaal goed liep. Ik wilde daarom landen op Woensdrecht, maar op dat moment stopte de motor er al mee. Doorvliegen om op de in gebruik zijnde baan te landen was al geen optie meer, dus ik heb hem op de andere kant neergezet. De dienstdoende verkeersleider was trouwens net twee weken uit zijn opleiding, maar hij heeft deze situatie voortreffelijk afgehandeld”, aldus de Spitfire-vlieger. Na de landing bleek het oliefilter helemaal aan gort en de krukas op drie plaatsen gebroken te zijn! Het toestel was ruim anderhalf jaar uit de running om een nieuwe motor aangemeten te krijgen.

Lorraine ging ook in op de ergonomie van de cockpit (“De hendel voor het landinggestel zit op zo’n plaats dat je na de start eerst de stuurknuppel moet overpakken met je andere hand om erbij te kunnen”), de flaps (“die gaan in een halve seconde naar 85 graden, er is geen tussenstand”) en het remmen (“Dat gaat met de hand en de voeten, heel anders dan in andere vliegtuigen”). Over de samenwerking met de Battle of Britain Memorial Flight zei hij: “Die is echt fantastisch, tegenwoordig komen we één keer per jaar bij elkaar om ervaringen uit te wisselen.”

Lorraine vliegt ongeveer twintig uur per jaar in de Spitfire. Eén van de hoogtepunten tot nu toe is volgens hem het meevliegen in een formatie van zestien Spitfires (“Of eigenlijk vijftien Spitfires en één Seafire”) tijdens de Battle of Britain Memorial Airshow op Duxford in september 2010. Hij sloot zijn boeiende lezing dan ook af met prachtige filmbeelden van deze formatievlucht.

(Kees van der Mark)

[fotobijschrift]

Chris Lorraine verzorgde op 25 februari een lezing over het vliegen met de Nederlandse Spitfire. [Kees van der Mark]

noord_chris-lorraine_25feb2016_40165-c-kees-van-der-mark

[Verslag KNVOL Regio Noord – 21 januari 2016]

Nieuwjaarsbijeenkomst

De traditionele nieuwjaarsbijeenkomst van Regio Noord vond op 21 januari plaats op de Vliegbasis Leeuwarden. Regiovoorzitter Rob Stavast vroeg tijdens de bijeenkomst een ogenblik stilte in verband met het recente overlijden van regiolid Piet Glas en van Lot Keesman, oud-regiobestuurslid en draagster van het ere-insigne van de KNVOL. Daarnaast bedankte hij de Commandant Vliegbasis Leeuwarden kolonel-vlieger Denny Traas en hoofd Voorlichting van de Noordelijke vliegbasis majoor Kirsten Beek voor de gastvrijheid en de wijze waarop de vliegbasis Regio Noord faciliteert.

De lezing werd deze avond verzorgd door de heer Hans Walrecht, lid van de Regio Schiphol. Hij nam de leden mee in de ontwikkeling van de straalmotor, van het prille begin in de jaren tussen de beide wereldoorlogen tot de hedendaagse enorme, krachtige motoren als de Rolls Royce Trent 900 waarmee de gigantische Airbus A380 is uitgerust. Na uitleg over de verschillende soorten straalmotoren en de werking daarvan ging de heer Walrecht uitgebreid in op de ontstaansgeschiedenis. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Duitsland gewerkt aan deze voor die tijd revolutionaire motoren. Beide landen slaagden erin tegen het einde van de oorlog straalvliegtuigen operationeel te hebben: de Arado Ar 234 en Messerschmidt Me 262 (Duitsland) en de Gloster Meteor (VK). Beslissend zijn die echter niet meer geweest voor het verloop van de oorlog.

In het Verenigd Koninkrijk was Sir Frank Whittle, die in 1948 afzwaaide als Air Commodore, de drijvende kracht achter de straalmotor. Hij was engineer en (test)vlieger bij de RAF en mocht in de begintijd slechts zes uur per week besteden aan de ontwikkeling van de straalmotor. Aanvankelijk moest hij zijn werk ook doen met zeer beperkte middelen en mankracht, omdat het nut van een dergelijke motor werd betwijfeld. Zijn bedrijf Power Jets ontwikkelde na een reeks grondtest-modellen met de W.1 een straalmotor waarmee de experimentele Gloster E28/39 op 15 mei 1941 als eerste Britse straaljager vloog. Daarmee was het echter niet het eerste vliegtuig met straalaandrijving, want die eer viel de met een turbojet uitgeruste Heinkel He 178 te beurt, die op 27 augustus 1939 het luchtruim koos. In Duitsland was Hans von Ohain, die later samenwerkte met Ernst Heinkel, de drijvende kracht achter de ontwikkeling van de straalmotor. Ook Hugo Junkers speelde daarin een voorname rol. Het eerste operationele straalvliegtuig was de Ar 234, waarvan ruim 600 zijn gebouwd. Van de capabelere Me 262 jager zijn 1433 exemplaren gebouwd.

Hoewel in de Verenigde Staten vanaf 1940 ook werd gewerkt aan eigen straalmotoren, nam de technologie van de straalmotor daar pas echt een vlucht nadat de Britten een Power Jets W.2B aan General Electric (GE) hadden geleverd. De Britten wilden zo iets terugdoen voor het vele materieel dat de Britse strijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog geleverd – of eigenlijk te leen – kregen van de VS. Het stelde GE in staat de W.2B in licentie te bouwen als I-A, de motor waarmee de eerste Amerikaanse straaljager, de Bell XP-59, werd voortgedreven.

Na de oorlog traden meer dan 1.100 Duitse vliegtuigtechnici in dienst bij bedrijven in landen als de VS, de Sovjet Unie, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, waar ze meewerkten aan het verder ontwikkelen van straalmotoren en -vliegtuigen.

Met zijn ruim anderhalf uur durende, zeer informatieve lezing – waarbij hij zijn verhaal afwisselde met het tonen van enkele korte filmpjes – gaf Hans Walrecht de Noordelijke leden een mooi overzicht van de ontwikkeling van de straalmotor.

(Kees van der Mark)

[fotobijschrift]

Hans Walrecht tijdens zijn lezing over de ontwikkeling van de straalmotor bij Regio Noord. [Kees van der Mark]

noord_hans-walrecht_21jan2016_129026-c-kees-van-der-mark